Walvisvangst en visa angst
Hallo allemaal!
Het heeft weer even geduurd en ons laatste blog vanuit Sengigi in Lombok lijkt alweer een eeuwigheid geleden, bereid je dus ook maar voor op een lang verhaal want er is alweer zo veel gebeurd dat het moeilijk wordt om alles er in te krijgen.
Ik begin maar gewoon waar we de vorige keer gestopt zijn namelijk in Sengigi. Een badplaats in Lombok waar we wat goede verhalen over hadden gehoord en wat een goede plek was om voor de busrit naar flores nog even de inwendige batterij op te laden. Na een paar dagen in Sengigi was het terug naar Mataram vanwaar onze bus zou vertrekken. Vroeg op dus en snel naar de busterminal. De bus was voor Indonesische begrippen zeer redelijk. Iets wat je altijd moet afwachten helaas, want er rijden wat fossielen rond hier. Met de bus was het hup naar de haven en op de ferry richting Sumbawa. De overtocht was prachtig en terwijl de zon achter de bergen zakte vertrokken we. Verder zal ik niet te veel over de busreis vertellen behalve dat er een erg aardig (wederom) Duits stel met hun dochter met ons meereisde die we tot ver in Flores elke keer weer zouden tegenkomen. Na 32 uur in de bus en op de boot kwam het restant van wat ooit Ruben en Anne was de ferry uitgestrompeld in Labuhan Bajo, Flores. 32 uur met welke vorm van transport ook, is gewoon te lang. Gelukkig was LB geweldig. Goede accomodatie en een keur aan duik trips en reizen naar Komodo eiland. We kozen uiteindelijk voor het laatse aangezien duiken duur is en de Komodo trip snorkelen met mantaroggen in het pakket had (voor ruben de reden om daar te willen duiken). Zo gingen we de volgende dag met Kencana, een maatschappij waar we goede verhalen over hadden gehoord voor een twee daagse trip naar Komodo en Rinca island met onderweg nog een reeks aan snorkel locaties en prachtige stukjes natuur. We waren met z´n vijven op een boot waar gerust twaalf mensen op konden en het voelde bijna als een privétrip. Het overige gezelschap was uitstekend en de gesprekken kwamen al snel op gang. Zo kwamen we binnen een paar uur aan op Rinca, één van de twee grote eilanden waar de komodovaranen voorkomen. We hadden al gelezen dat de beste plek om ze te zien bij de keuken in het kamp was aangezien de lekkere luchtjes voor deze dieren blijkbaar onweerstaanbaar zijn. Ze beweren dat ze nooit wat te eten krijgen, maar daar hebben wij zo onze twijfels over.. Het was in ieder geval erg grappig om te zien hoe de vijf enorme beesten zich strategisch om het gebouwtje hadden gepositioneerd in de hoop op een gemakkelijke maaltijd. Na een berg foto´s begonnen we aan de trekking, hier lieten de komodovaranen helaas verstek gaan. Maar gelukkig was er vanalles te zien en te horen en met een uurtje waren we weer terug bij de boot. Op naar wederom een prachtige snorkel bestemming. We hebben inmiddels heel wat koraal gezien maar de koralen rondom Komodo waren echt fantastisch. Nog totaal onbeschadigd en een overvloed aan vissen en andere prachtige dieren.Tijdens de trip hebben we o.a haaien schildpadden, roggen en allerlei andere prachtig gekleurde vissen gezien. Je zou er weken kunnen doorbrengen en toch elke keer wat nieuws kunnen zien. Toen was het inmiddels tijd om een plekje in een baai op te zoeken om de nacht door te brengen. Matrasjes werden uitgerold lampjes aangestoken en terwijl we de baai invoeren lagen er tien vissersbootjes gezellig in een kringetje te vissen, dachten we...Eenmaal in de buurt gekomen kwam de daadwerkelijke reden van hun aanwezigheid boven water. Ze werden we door een mannteje of acht geënterd en lag binnen een minuut of vijf de gehele boot vol met houten komodovaranen en flessen Bintang (bier) Ook hier was het tourisme goed doorgedrongen en bij gebrek aan een markt kies je toch gewoon het ruime sop. Zo waren we binnen een mum van tijd 70.000 roepia armer en een biertje en twee komodovaranen (1 naturel en 1 in lak :) rijker.. Als de touristen niet naar de markt komen, dan komt de markt wel naar de toeristen. Die nacht heerlijk onder de sterren geslapen en de volgende ochtend vroeg op richting Komodoeiland voor wederom een trekking. Komodo was zeker indrukwekkender dan Rinca, teminste het stuk wat wij gezien hebben. Maar wederom was er op Komodo zelf behalve een hoop andere dieren en een geweldig uitzicht geen komodovaraan te bekennen. Wel zagen we vanaf de boot tot twee keer toe een enorme varaan over het strand sjokken op zoek naar een hapje maar blijkbaar wisten de komodovaranen inmiddels ook welke paden gebruikt worden en ze hadden een rustiger plekje opgezocht. Het voelde wel een beetje alsof je in Jurassic Park wandelde met smalle paden met overal dicht groen om je heen vanwaar op elk moment een komodo varaan uit zou kunnen springen. Maar helaas geen varaan voor ons. Gelukkig bleek ook hier de keuken van het kamp uikomst te bieden. Want eenmaal in het kamp bleek dat ongeveer alles wat je tijdens de trekking aan het zoeken bent zich gewoon bij de keuken heeft geparkeerd. Varanen, herten etc. Ergens wel grappig dat het zo werkt. Ze hebben een enorm scherpe neus en dit blijkt ook uit het feit dat je als ongestelde vrouw niet zomaar het eiland op mag aangezien ze dit vanaf 5 kilometer kunnen ruiken.
Zo kwamen we na twee dagen weer terug op Labuhan Bajo en was het tijd voor de volgende stop richting het oosten, namelijk Ruteng een klein stadje een paar uur van Labuhan Bajo vandaan. Ruteng was zelf niet erg bijzonder, op een mooie kerkceremonie na ivm pasen, waar wij als enige westerlingen de kerkdienst bijwoonden die wel erg lang duurde! Wel hadden we daar inmiddels een lokale jongen ontmoet genaamd Michael die de volgende dag onze gids zou zijn en ons zou meenemen naar zijn dorp. Ruteng staat bekend om zijn traditionele dorpen en hij zou er ons een aantal laten zien. Ook is er in dit gebied een ceremoniële vechtsport genaamd caci, waarbij je elkaar met een enorme zweep er flink van langs geeft. Zo gingen we de volgende dag samen met de brommer richting het dorp waar we een zeer warm onthaal kregen. We werden gelijk naar het huis van het dorpshoofd gedirigeerd en daar stond na een uitgebreide begroeting de koffie al klaar. Hier hebben we gezellig gepraat met de oudsten van het dorp. Het was een bijzondere ontmoeting. Hierna gingen we naar het huis van Michael waar het caci costuum al voor Ruben klaar lag. De hele familie was aanwezig en Ruben werd ten aanzien van een vol huis in het pak gehesen onder groot vermaak van iedereen. Buiten mocht hij nog even sparren met een toch wel erg oude tegenstander maar dit was meer voor de grap. Vooral de kinderen waren nogal onder de indruk van de 1.92 lange caci strijder en daar maakte Ruben dankbaar gebruik van en hij zette een paar keer de achtervolging in onder luid gegil en gelach van de kinderen.
Na Ruteng was het tijd om weer een stukje verder te trekken naar het oosten, namelijk naar Bajawa, een plaats in Flores die tevens bekend staat om de traditionele dorpjes die je in de buurt kan bekijken. Dat hebben we dan ook gedaan. Samen met een gids gingen we naar een afgelegen dorpje waarvoor we eerst een uur in de brandende zon een berg moesten beklimmen. Maar het was de moeite waard, want het dorpje was erg mooi met traditionele huizen en de mensen waren ontzettend lief. We werden warm welkom geheten met koffie, en een jongetje van 8 jaar begon mooie liedjes voor ons te spelen op zijn gitaar. Ontzettend gezellig. Op een gegeven moment zaten we met de hele familie van het jongetje op de veranda waaronder ook de overgrootopa van maar liefst 101 jaar oud. Nadat Ruben zijn ipod aan de jongetjes van het gezin had laten zien zaten die daar heel erg onder de indruk spelletjes op te spelen en kregen we ook nog een lunch van het gezin. Kortom een fatastische ervaring en het is zo mooi om te zien, dat ook al hebben deze mensen zoveel minder dan wij in Nederland hebben, ze toch alles met je willen delen. Na het dorpje gingen we op pad naar de hotsprings. Een plek waar water verwarmd door een vulkaan samen komt met koud water, waardoor je een heerlijke temperatuur krijgt om in te badderen. Ruben is de volgende dag om 4 uur 's ochtends ook nog een vulkaan gaan beklimmen, dat sloeg Anne even over. Na een heftige scootertocht de berg op, over paadjes die helemaal geen paadjes waren, maar daar had de gids geen problemen mee, werden ze beloond met een prachtige zonsopgang (zie de foto's).
Rond 7 's ochtends waren Ruben en de gids weer terug van hun tochtje en was het tijd om naar Moni op pad te gaan. Moni is een klein plaatsje van waaruit je naar Kelimutu kan gaan. Kelimutu is een vulkaan met drie meren die alledrie een andere kleur hebben. Dus hop de volgende ochtend (voor Ruben weer) om 4 uur op om de zonsopgang vanaf Kelimutu te bekijken. Allebei achterop een scooter de berg op en het laatste stuk klimmen. Het was prachtig, ondanks dat het lichtelijk bewolkt was was het uitzicht en de zonsopkomst toch goed te zien en we hebben er ontzettend van genoten.
Rond 9 uur waren we weer terug bij ons hostel en zijn we snel in de bus gestapt richting Wodong, een heerlijk rustig plaatsje aan de zee waar helemaal niets anders te doen is dan een beetje zwemmen, de plaatstelijke spelende kindjes te bewonderen, boeken lezen en relaxen en daar waren we ook wel aan toe na de racetocht die we de dagen daarvoor hadden gemaakt. Dus hebben we 3 dagen heerlijk niks gedaan en dat was eventjes heel fijn, want we moesten weer een beetje opladen voor onze volgende tour naar Lamalera.
Lamalera is een heel klein dorpje op een eilandje in het uiterste oosten van Flores. Dit is de laatste plek op de wereld waar ze nog aan traditionele walvisjacht doen. Dit houdt in met een zeilboot en een speer op pad om zo te proberen een walvis te vangen. We hadden voor onze reis al een BBC-documentaire over dit dorpje gezien en het leek ons wel heel speciaal om hier naartoe te gaan. Wel werd ons al verteld dat het niet de meest makkelijke plek is om te komen, je moet eerst met de boot naar een klein eilandje langs de oostkust van Flores en dan vier uur met een truck (ander vervoer gaat er niet) naar Lamalera. Dus wij gingen op avontuur naar Lamalera met de truck, een hele bijzondere ervaring, opgepropt met minstens 20 mensen en kinderen, zakken rijst, stoeptegels en allerhande andere dingen achterin de truck over hele slechte wegen en met natuurlijk zoals overal in Indonesië hele harde Indohouse uit de boxen knallend. Want bijna niks werkt helemaal goed in Indonesië, maar de boxen doen het altijd en overal. Maar het was afgezien van dat het niet de meest comfortabele trip was, wel een hele leuke ervaring. De sfeer in de truck was supergezellig en de mensen waren ontzettend aardig voor ons. Ondanks dat we geen woord met elkaar konden wisselen (zij spraken geen engels, wij geen Indonesisch) kwamen we met gebarentaal, samen sigaretjes roken en vooral veel lachen toch een heel eind.
Nou uiteindelijk na ook nog een lekke band te hebben gehad, natuurlijk zonder lekke band was de reis ook niet compleet geweest:), kwamen we aan in Lamalera. De volgende ochtend waren we erg vroeg wakker doordat ons hostel omsingelt leek te zijn door hanen en honden die rond een uurtje of half 6 's ochtends met zijn allen los gingen en doorslapen voor ons onmogelijk maakten. Maar geen probleem, want we wilden toch de zonsopgang op het strand bekijken. Eenmaal op het strand aangekomen vroeg een groep vissermannen aan ons of we een dag mee wilden op hun boot. Anne bedankte hartelijk, maar Ruben wou dit wel eens meemaken en zat vijf minuten later met zes walvisvaarders aan boord. Na nog geen tien minuten varen stak er ineens recht voor de boot op zo'n vijftig meter van ons vandaan een enorme potvis zijn kop boven water, duidelijk niet onder de indruk van de naderende boot speelde hij een beetje in het water en dobberde schijnbaar onbekommerd rond totdat we wat dichter bij kwamen en het vijftien meter lange gevaarte met een enorme duik de diepte in gleed, met als laatste de enorme staart. Mijn hart begon sneller te kloppen maar gelukkig gaf de kaptein aan dat er niet op potvissen door hem werd gejaagd. Aangezien we maar met 1 bootje waren en de walvis ongeveer twee keer tot drie keer zo groot als de boot is zouden we (gelukkig) geen walvis gaan vangen, dit is namelijk ook nog gevaarlijk ook aangezien er in het dorpof dorp genoeg mannen rondlopen die een arm of been missen. Het zou dus vooral een dolfijnen jacht worden met soms een manta of een haai. Verder dus, het was vooral veel speurwerk in het begin maar al snel werd de eerste enorme groep dolfijnen gespot. Met enorm bedoel ik dan echt honderden dieren overal om je heen. Dat het niet makkelijk zou worden om er een te vangen werd me al snel duidelijk aangezien de dolfijnen de regels van het spel goed kenden. De truc is niet zozeer er een te naderen en te vangen maar om na het duiken te kunnen inschatten waar de dolfijn weer omhoog komt om weer te ademen. Dat is het moment waarop in de verwarring het mogelijk is de harpoen doel te laten treffen. Zo stond de dag in het teken van spotten achtervolgen en af en toe een sprong van de boot om er één te vangen. Hoe de harpoenist het voor elkaar krijgt om met hoge snelheid op open zee een vier meter lange harpen in een dolfijn te krijgen terwijl hij van de boot springt is me nog steeds een raadsel. Deze mensen doen dit al honderden jaren met veel respect voor hun prooi. Zo geloven ze o.a dat het de dolfijn is die zich laat vangen en niet gevangen wordt.Hij doet dit alleen als alle rituelen kloppen en de vissers hun respect betuigen. Of de dolfijn er ook zo over denkt valt te betwijfelen.. Stiekem was ik pro dolfijn maar dit heb ik natuurlijk niet gezegd. Hoewel ik het ze ergens wel gunde om er een te vangen aangezien ze zo hun best deden. Maar goed blijkbaar bracht mijn aanwezigheid de dolfijnen meer geluk dan de vissers want we vingen niks. Het is een traditie die van vader op zoon overgaat en die met de kleinschaligheid ervan geen schade aanricht aan de populaties. Als de hele wereld zo met zijn natuurlijke bronnen zou omgaan zou de wereld er een stuk mooier uitzien. Nemen wat je nodig hebt zonder de natuur te beschadigen meer niet.
De dag erna was het wel raak en werden twee enorme dolfijnen (grienden) het strand op gesleept die de volgende ochtend vakkundig werden gefilleerd. Het was een bloederig tafereel maar het had ook wel weer veel weg van de efficientie van onze slachthuizen. Het verschil zat hem vooral in het dier wat geslacht werd. Herinneringen aan free willy en flipper schoten door mijn hoofd en 's avonds zat je toch een beetje met het gevoel getuige te zijn geweest van een bloederig ongeluk. Maar goed dat is een stukje westerse naïviteit, vlees groeit niet in gele bakjes met een prijsstickertje (soms een AH bonus sticker) aan bomen. Dit gebeurt bij ons achter gesloten deuren. Maar wat een ervaring je bent ineens onderdeel van een wereld die wel heel ver van ons bed is. Ik zie mezelf in Utrecht al de deur uitwandelen met mijn harpoen.. :)
Terwijl Ruben op de boot zat met de vissersmannen lag Anne rustig in de kamer een boekje te lezen toen er opeens hard 'Baleo Baleo' door het dorpje heen galmde. Genoeg reden om eens even buiten te gaan kijken wat er aan de hand was en er was een walvis gespot. Het hele drop rukte uit en alle boten lagen binnen een half uur in het water en alle vissersmannen gingen op jacht naar de walvis. Het is ze niet gelukt om hem te vangen, en dat is misschien maar goed ook, want het schijnt drie dagen een bloederige bedoeling te zijn op het strand als ze er één vangen en hem vervolgens in stukken gaan snijden en over de verschillende clans van het dorp verdelen. Ontzettend tof en indrukwekkend om mee te maken en te ervaren hoe ze daar leven. Het leven is nog zo puur en basic vergeleken met hoe wij in Nederland leven. Het leven gaat echt om het vervullen van de basisbehoeften en niks meer of minder. De sfeer die in Lamalera hing hebben wij als heel bijzonder ervaren. Er hing een ontzettende tevreden en vreedzame sfeer. Iedereen had zijn taken op de dag en iedereen was zo aardig voor elkaar en ook voor ons.
Na Lamalera hadden we nog maar een aantal dagen voordat ons visa in Indonesië weer eens verliep. Dus we moesten een keuze maken, Indonesië weer verlaten en dan weer terugkomen zodat we weer een nieuwe visa krijgen of Indonesië laten voor wat het is en doorgaan naar een ander land. Het was een lastige keuze want er was nog een hoop wat we heel graag in Indonesie wilden zien (waaronder Sulawesi, dat heel hoog op ons verlanglijstje stond). We besloten om met de de boot naar Kupang (West Timor, hoort nog bij Indonesië) te gaan en vanaf daar te kijken hoe makkelijk je naar Oost Timor (hoort niet meer bij Indonesië) kan gaan, om zo weer een nieuw visa te krijgen. In West Timor kwamen we erachter dat je eerst drie dagen daar moet blijven om toestemming te krijgen om naar Oost Timor te gaan en dat je dan nog hoogst waarschijnlijk 5 dagen in Oost Timor moet wachten om weer West Timor in te mogen. Nou dat was het ons niet waard, want naast de tijd zou het ons ook nog behoorlijk wat geld gaan kosten, dus we hebben het internet afgespeurd naar de goedkoopste/aantrekkelijkste manier om Indonesië te verlaten en dat was door naar Kuala Lumpur te vliegen. En dat kwam mooi uit want aan Kuala Lumpur waren we eerder tijdens onze reis toen we in Maleisië waren nog niet toegekomen. Voordat we naar Kuala Lumpur vlogen hadden we nog twee dagen in West Timor te besteden en we besloten het traditionele dorpje Nomé te bezoeken. Dit is een dorpje waar de bewoners in afgesloten huisjes wonen met alleen een deur van 1 meter er in. De Indonesische overheid heeft een tijd geleden besloten dat deze huizen een gevaar voor de volksgezondheid vormen, aangezien de mensen er alles in doen, ook koken e.d.. Ze hebben daarom stenen huisjes voor de mensen gebouwd, zodat ze daar in kunnen leven. Echter hebben de mensen daar helemaal geen interesse in en achter elk stenen gebouwtje staat weer gewoon een hutje met een klein deurtje. Dat is nu eenmaal de manier waarop zij daar leven. De gids waarmee we naar het dorpje gingen bleek een prins van een van de nabijgelegen dorpjes te zijn. En zijn vader de koning had in Nederland in Leiden gestudeerd. Erg leuk, en interessant om met deze man te praten. Hij wilde naast zijn 'prins zijn' ook wat terug doen voor de lokale bevolking. Aan het einde van onze rondleiding door het dorpje barstte er een hele harde regenbui los en moesten we schuilen in één van de huisjes, waar we via de gids (die vertaalde continu van Indonesisch naar Engels en andersom) met een aantal mannen uit het dorp hebben gepraat. Ruben met zijn achtergrond, vroeg zich af waarom ze geen varkens fokten. Varkens zijn namelijk ontzettend duur in Indonesië. In euro's omgerekend kost een klein varken hier bijna 100 euro, wat voor Indonesische begrippen ontzetten veel geld is. Ze gaven aan dat je om varkens te fokken eten nodig hebt en ze hebben niet genoeg hebben om en zichzelf en de varkens te voeden. Maar Ruben zag met zijn achtergrond in de dierhouderij wel wat mogelijkheden aangezien veel bruikbaar voer verloren gaat en dat met een beetje hulp van een landbouwschool of iets dergelijks wel het één en ander te verbeteren was. Zo ontstond een idee en de mannen waren dolenthousiast. Ze waren zelfs zo enthousiast dat we een houtgesneden beeldje cadeau kregen voor het idee. Ruben heeft zijn gegevens aan de prins gegeven, dus misschien komt daar nog wel eens wat moois uit.
De volgende dag was het tijd om Indonesie dan eindelijk te verlaten. Wat een fantastisch land is dat, en na drie maanden is er nog steeds zoveel dat we niet gezien hebben en wel heel graag willen zien. Nou ja dat moeten we dan maar bewaren voor volgende vakanties:)
Op naar Kuala Lumpur. En dat was echt weer even een kleine cultuurschok, want vooral de laatste weken in Flores gingen we natuurlijk steeds meer naar minder toeristische plekken en overal waar je kwam was je dan ook een atractie. De Hey misters/misses vlogen je tientallen malen per dag om je oren. Het was dus weer even wennen om op te gaan in de massa en te merken dat niemand het bijzonder vind dat je er bent. Ook bestond het ontbijt, de lunch en het avondeten voornamelijk uit rijst, rijst en nog meer rijst. Dus toen we een Mc Donalds zagen konden we ons niet inhouden en moesten we er echt even eten.
Kuala Lumpur was fantastisch. de enorme Petronas Towers, winkelcentra zo groot als we ze nog nooit gezien hadden, met 8 verdiepingen en achtbanen er in. Bizar gewoon, en wij hebben natuurlijk ook even een ritje gemaakt in de achtbaan. Het was gek in een paar dagen van arm naar zulke rijkdom te gaan. Na twee dagen onze ogen uitgekeken te hebben in Kuala Lumpur zijn we naar de Perhentian Islands vertrokken, oostelijk van Maleisië. Naar deze eilanden konden we aan het begin van onze reis niet gaan, omdat het toen regenseizoen was en tijdens het regenseizoen kan je er niet naartoe. Maar nu wel en daar zitten we dus nu en het is heerlijk. Zon, zee, strand en heerlijk genieten. We blijven hier drie nachtjes en trekken dan naar Cambodia via Thailand waar we nog even een pitstop op Koh Pha ngan maken omdat we hebben vernomen dat daar op 5 mei een fullmoonparty is die we wel graag mee willen maken.
Ohja en we komen 19 juni weer thuis. We hebben de reis met een maandje ingekort omdat ons dat budgettechnisch beter leek (het huis is er ook nog) en we dan nog een maand hebben om even alles op de rails te krijgen zonder dat we onze vaste lasten hoeven te betalen. Dat is ook wel fijn. Dus over ongeveer 6 weekjes zijn we alweer thuis:) En daar kijken we ook wel weer heel erg naar uit. Maar voor nu gaan we eerst nog eventjes ontzettend genieten van onze tijd hier!
Wij hopen wederom dat bij jullie ook alles goed gaat daar! We hopen dat jullie een fijne pasen hebben gehad en dat koninginnedag/nacht top was!
Liefs Anne & Ruben
Reacties
Reacties
Wat weer een geweldige verhalen! Heb er enorm van genoten, maar ben ook wel blij dat jullie iets eerder terug komen. Liefs van ons beiden! xx
Lieve travelers, wat een ongelofelijke verhalen weer, het lijkt baron van Münchhausen wel, ruub die gewoon op walvissenjacht gaat en an die afwacht of ze hem wel weer terugziet, kippevel! En die still basic tevreden tao, i ching, zen mensen, prachtig. Over 6/7 weekjes de mondelinge versies, kan niet wachten. Succes op jullie verdere reizen, liefs els.
Ha lieve Ruben en Anne,
Wat heb ik jullie verhaal weer op het puntje van mijn stoel gelezen. Het is nog steeds een beetje onwerkelijk dat jullie zo ver weg zijn en zoveel mee maken. Fijn dat jullie weer wat eerder terug zijn, ben echt super benieuwd jullie verhalen dan allemaal te horen (wat waarschijnlijk zoveel is).
Geniet er lekker nog van die laatste weken.
Liefs,
kus!
Ha Lieverds, prachtige verhalen en wat interessant en spannend allemaal. Geniet nog maar even van de wereld voordat jullie weer naar huis komen. Dikke kus van de Amsterdammers.
Pachtig verhaal, geniet er nog even van! xxxxx
Lieve Anne en Ruben, wat een prachtige beeldende verhalen en dito foto's weer!
Geniet er nog maar even van, jullie hebben de tijd van je leven zo te lezen!!
Bedankt voor jullie email, liefs xxxxxxxxxx
Ha enorme bofferds!!
Wat een prachtige verhalen (en wat een talent ze te vertellen!!)
Geniet van al het moois en de bijzondere mensen.
Liefs xxx
Wat een geweldig verhaal om te lezen! Geniet er nog even van.
Groeten x
Goed verhaal, mooie foto's! 19 juni, bijna, yes!!! Liefsxx
Goed verhaal, mooie foto's! Wauw! Geniet!! Liefsxx
En dan staan er zomaar ineens twee reacties:)!
Sorry:)!
Kusje
Lieve RubAn wat een prachtige reis maken jullie en wat een verhalen. Heel leuk om te volgen en om een beetje jaloers op te zijn. Nog heel veel plezier voor het staartje van jullie reis .(:-D Liesbeth van Wezel
hoi anne en ruben
geniet er nog even van hier is het weer nix aan
liefs Christa
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}