Dansen onder de volle maan en ploeteren door de modder
Hallo lieve allemaal,
Zo heb je nog zes maanden (uiteindelijk vijf) en zo is het nog maar een kwestie van een paar weekjes. Wat is de tijd snel gegaan. We kijken met een gemengd gevoel naar het moment van teruggaan aan. Aan de ene kant is het avontuur dan weer voorbij hier, aan de andere kant zijn er thuis ook genoeg leuke dingen te beleven (zoals bijvoorbeeld voor het eerst koken in onze nieuwe keuken of lekker wijntjes en biertjes drinken in het park of op de Neude, en natuurlijk jullie allemaal weer zien!!) en wie weet waar we in de toekomst nog terecht zullen komen.. Inmiddels zitten we in Laos een beetje uit te rusten van een vierdaagse tocht op de brommer door het zuiden van Laos, maar hier komen we later nog op terug, want dat was ook weer wat...
Het vorige blog eindigde op de Perhentians in Maleisië waar we een paar geweldige dagen vol met zon, zee, snorkelen en luieren hebben gehad. Maar goed de reis ging verder en opgeladen als twee Duracell konijnen waren we wel weer toe aan wat afwisseling. We hadden inmiddels uit betrouwbare bron vernomen dat enkele dagen later de FULL MOON party op Koh Pah Ngan in Thailand zou zijn en aangezien we al een tijdje niet goed waren wezen stappen leek dit een uitstekende plek om e.e.a even in te halen. Op naar de grens van Thailand dus en na een zeer gemakkelijke doortocht hup de bus in richting de ferry naar het eiland. Eenmaal aangekomen bij de ferry die ons naar het eiland zou brengen bleek dat er iets groots stond te gebeuren. Hordes toeristen stonden klaar om de oversteek te maken en de sfeer zat er al lekker in. Op de ferry vloeide het bier al rijkelijk en natuurlijk lieten we ons niet kennen en hebben we ook een lekker biertje genuttigd.
Aangezien we nog geen slaapplaats hadden stonden we open voor sugggesties en gelukkig waren die er genoeg. Al snel werden we aangesproken door een jongen die liep te leuren met bungalows en na enig overleg over de prijs was de keuze snel gemaakt. Zo kwamen we enige tijd later aan op een gezellig plekje aan de westkant van het eiland inclusief transport naar het feest en een prachtig uitzicht op de zee. Helaas werd diezelfde avond onze rust vergalt door een doorgedraaide Noor die duidelijk op moeilijkheden uit was en elke vijf minuten kwam klagen over dingen die een normaal mens niet eens zou kunnen bedenken. De ontzettend vriendelijke eigenaar die hier fantastisch mee omging had het er maar moelijk mee en was het na een uur behoorlijk zat aan het raken. We hadden het tot die tijd allemaal met lede ogen aangekeken en waren alle ophef om niks inmiddels ook beu (denk aan; de kamer is te duur (6 euro), er is geen internet op de kamer (duhh de kamer kost 6 euro) en ga zo maar door..Helaas had de Noor na een uur van bekvechten en schreeuwen door dat het nu tijd was om het over een andere boeg te gooien en begon Ruben aan te spreken om zijn gelijk te halen. Helaas voor hem was Ruben er inmiddels ook klaar mee en vertelde de beste man dat hij het niet met hem eens was en dat als het hem niet beviel hij vrij was om een andere plek te zoeken om te slapen en dat de manier waarop hij tegen de eigenaar tekeer aan het gaan was bepaald niet netjes was en dat hij helemaal geen hulp hoefde te verwachten. Gelukkig besloot de eigenaar dat het inmiddels wel lang genoeg geduurd had en dat de man niet eens meer mocht blijven, al zou hij dat willen. Zo vertrok de beste man nog die avond en verontschuldigde de eigenaar zich voor het gedrag van de man. Ook al was het totaal niet zijn schuld dat deze idioot zich zo had gedragen. Gelukkig liep het met een sisser af..
De volgende avond was het dan zo ver. We hadden inmiddels een leuke groep mensen ontmoet en samen vertrokken we richting de FULL MOON party. We kunnen hier kort over zijn, het was geweldig! De muziek was top de drank vloeide rijkelijk en met het opkomen van de zon kon deze avond de boeken in als zeer geslaagd. Een ervaring om nooit te vergeten!
Hierna hebben we nog wat tijd doorgebracht in onze bungalow om weer een beetje bij te komen van het geweldige feest. Eenmaal weer hersteld was het tijd om naar onze favoriete stad te vertrekken, Bangkok!
Bangkok is zo´n stad waar je van houdt of waar je een intense hekel aan hebt. Er zit volgens ons niet heel veel tussen. Gelukkig horen wij bij de eerste groep en voelt Bangkok altijd vertrouwd, hoe groot en hoe druk het ook is. Er hangt iets in de lucht en hiermee bedoelen we niet de smog. Hier is voor iedereen wat te doen. Stappen,shoppen,avontuur noem het maar op. Als je goed genoeg zoekt vind je het in Bangkok. We zouden hier makkelijk maanden kunnen bliven. De geuren, de mensen, de drukte. Het slokt je op en spuugt je op een gegeven moment weer uit. Na een dagje te hebben rondgelopen besloten we de volgende avond naar het thaiboxen te gaan maar helaas was het zo duur dat we hier snel klaar mee waren en voor we het wisten zaten we in de tuk tuk richting Patpong, de rosse buurt van Bangkok. Hier aangekomen bleek het inmiddels ook een prima plek om te shoppen te zijn en drie immitatie billabongs later voor Ruben (op de broekjes staat billboard, net echt:)) besloten we ons toch maar eens te wagen aan de beruchtte pingpong show. Eenmaal binnen werden we geconcfronteerd met een hele hoop vrouwelijk naakt en bij nadere inspectie ook wat mannelijk maar dit blijft in Thailand altijd gissen. Uiteindelijk werden we naar een plekje gedirrigeerd en begon de show. Het blijft een oncomfortabel gebeuren en het is grappig om te zien hoe alle gegeneerde toeristen het geheel aanschouwen en hoe ongegeneerd de dames hun trucjes doen. Na ongeveer een half uur beschoten te zijn met zo´n beetje alles wat je maar kan bedenken waren we er wel weer klaar mee. Het was nog een hele kunst om te zorgen dat je niet daadwerkelijk geraakt werd door iets (niet echt fris). Na een paar dagen gruwelen, shoppen en heerlijk eten stond de bus klaar richting Siem Reap Cambodja.
De reis verliep prima en aan het begin van de avond kwamen we in Siem Reap aan. We waren nog niet zo goed ingelezen in Siem Reap en behalve dat we wisten dat we de tempels van Angkor Wat wilden bezoeken hadden we eigenlijk geen plan over hoe en wat. Het is grappig om te zien, hoe gestructureerd en perfect ingelezen we deze reis begonnen en naarmate de reis vorderde steeds meer maar gewoon hebben gekeken waar we uitkomen. Die manier van reizen bevalt trouwens erg goed. Zo ook in Siem Reap, toen we uit de bus stapten stond er een aardige tuktuk-driver te wachten die ons gratis naar een goed en goedkoop hostel wilde brengen als we dan de volgende dag (natuurlijk, ook hier gaat voor nietsde zon op) met hem mee naar de tempels gingen. Nou vroeg hij daar een prima prijs voor en hij heeft ons bij een super hostel gebracht dus wij gingen akkoord. De volgende dag om 5 uur stonden wij paraat om de zonsopgang bij de tempels te zien. We moeten zeggen dat we de tempels op zich erg mooi vonden, maar dat het hele gebeuren er om heen ons toch wel een beetje aan de Efteling (of welk ander atractiepark dan ook) deed denken. De drommen toeristen die daar op afkomen, wij vonden het wat te. We hadden zeker verwacht dat het toeristisch was maar dit ging al onze verwachtingen te boven. We hebben moeite moeten doen om een fotootje te maken zonder andere toeristen er op. We hebben er verder een prima dag gehad en we denken ook wel dat we niet zo superenthausiast waren doordat we na al vele tempels gezien te hebben tijdens deze reis misschien een beetje tempelmoe zijn. Maar goed in ieder geval waren de tempels prachtig en daar laten we het bij! Geen tempels meer voor ons tijdens deze reis..
Verder hebben we voornamelijk lekker gerelaxed in Siem Reap. We zaten in een relaxed hostel waar je de hele dag films kon kijken, nou dat is aan ons wel besteed:) en we hebben wat door het stadje heen gebanjerd, maar vooral rustig aan gedaan.
Na Siem Reap hadden we het plan opgevat om naar Kratie te gaan. In Kratie konden we de zwaarbeschermde Irrawaddy dolfijn zien. Dit is een zeer zwaar bedreigde zoetwaterdolfijn die nog maar op een paar plekjes in Azië voorkomt. Samen met een gids zijn we op pad gegaan naar de Mekong waar met een bootje mee konden om te proberen de dolfijnen te spotten. We hadden geluk want we hebben er aardig wat gezien en ze kwamen ook best dichtbij. Dat was dus een geslaagd tripje en wij waren heel tevreden. Na de boottocht heeft onze gids ons nog mee naar zijn huis genomen voor een lunch. Hij woonde in een heel klein hutje in een achterwijk van Kratie, en ook de familie van deze gids was weer zo gastvrij. We kregen eten in overvloed en de kleine baby van het gezin werd gelijk in onze arme gedrukt van gaan jullie daar maar eens even mee spelen. Het was echt een fantastische baby, in het begin vond ze het even eng maar daarna vond ze het helemaal geweldig. Ze had vooral een kleine voorkeur voor Ruben (zie foto's). De lunch was heerlijk, maar één onderdeeltje van de lunch was voor ons wel even wennen, namelijk de krekels. We moesten ons er even overheen zetten, maar als je er niet bij nadenkt zijn ze eigenlijk heel lekker. Ze smaken serieus naar nootjes. Om nog even door te gaan op het hele krekelgebeuren in Kratie is het ook nog wel grappig om te vertellen dat er zodra de zon onder gaat honderden krekels uit gaten en kieren te voorschijn komen en dat zowat het hele stadje op krekeljacht gaat. Serveersters, kinderen, vaders, moeders, iedereen probeert ze te vangen en stopt ze dan in lege plastic flesjes, zodat ze ze dan de volgende avond als avondeten kunnen serveren. Een erg grappig gezicht om te zien hoe dat echt een soort gezamelijke bezigheid/spel is waar bijna iedereen 's avonds aan mee doet.
Omdat we zo langzamerhand een beetje keuzes moesten gaan maken wat we in onze laatste weken wilden gaan doen besloten we na Kratie, Cambodja te laten voor wat het was en door te trekken naar Laos, aangezien er in Laos zoveel dingen waren die we supergraag wilden doen. Dus op naar Laos.
We zijn in het zuiden van Laos begonnen bij de 4000 Islands. Dit zijn ontzettend veel kleine eilandjes die in de Mekong liggen. We zijn met een bootje naar één van die eilandjes, namelijk Don Det gegaan, waar we hebben geslapen. Vanaf Don Det kon je een kayaktrip over de Mekong maken en dat leek ons wel een tof plan, dus tripje geboekt en de volgende dag konden we op pad. We hadden het geluk een erg gezellige groep te treffen en de stemming zat er gelijk goed in. Zo vertokken we met z'n allen, de één wat gemakkelijker dan de ander met onze kano's over Mekong. De omgeving was prachtig en eenmaal gewend aan de kano's zakte de groep gestaag de Mekong af. Zo trotseerden we met z'n allen een paar behoorlijke stroomversnellingen en kwamen we terecht op een paar prachtige plekjes. Ook werden we voor de tweede keer begroet door een aantal irrawaddy dolfijnen die vanaf een afstandje om de boten heen zwommen. Aan het einde van de tocht kwamen we bij de grootste waterval van Azië, niet zozeer in hoogte maar zeker wel als je het over liters water hebt die er doorheen gaan. Wat een enorme massa water! Niet heel gek als je bedenkt dat de Mekong ook de grootste rivier van Azië is. Uiteindelijk kwamen we moe, verbrand, en zeer voldaan weer aan op ons eigen eilandje. De avond werd met z'n allen afgesloten met lekker eten, een hoop Lao bier en gezelligheid. Al met al een erg geslaagde dag die we niet snel zullen vergeten!
Hierna zijn we vertrokken naar Pakse. Een plaatsje dat een aantal uren noordwaarts ligt. Hier zijn we na een nachtje slapen vertrokken om te beginnen aan 'THE LOOP' een rondreis over het Boloven Plateau van een dag of drie/vier. Kortom brommer huren en vertrekken maar.We werden vergezeld door een meisje uit Canada die de tocht ook graag wou doen maar het niet zag zitten om in haar eentje te gaan en ons had gevraagd of ze bij ons kon aanhaken. Geen probleem natuurlijk en zo vertrokken we op onze rondreis. Helaas dienden de problemen zich al snel aan want na nog geen paar uur rijden kwamen we opeens terecht in een enorme opstopping van auto's, brommers en vrachtwagens. Helaas bleek de brug waar we overheen moesten de geest te hebben gegeven. Door de vele regen van de afgelopen dagen was er een stroomversnelling ontstaan die de fundering van de brug had weggespoeld en deze was in zijn geheel doormidden geknakt de rivier in. Einde oefening dachten we dus aangezien de stroomversnelling duidelijk te sterk was om doorheen te gaan en er verder geen wegen lagen in de buurt. Gelukkig kwam de lokale bevolking met een oplossing en werd een stuk verderop met behulp van een groep mannen en twee bamboestokken het mogelijk om de oversteek alsnog te maken. De jongens staken de bamboestokken door de wielen,tilden de brommer met z'n allen de lucht in en baanden zich een weg door de stroming tegen betaling van omgerekend twee en half eurootje. Geen slechte bussiness, maar wel gevaarlijk. Eenmaal betaald waden ook wij ons op onze blote voetjes een weg door de stroming en voor we het wisten stonden we aan de andere kant. Geweldig hoe flexibel de mensen hier met zulke problemen omgaan. Zo ging de tocht gelukkig verder en kwamen we veilig bij onze slaapplaats aan op een geweldige plek met uitzicht op een enorme waterval. Het leek wel alsof het geschilderd was. Het zag er allemaal top uit en we keken dan ook halsrijkend uit (met name onze billen) naar een welverdiende rust.
De kamer zag er keurig uit maar helaas waren wij niet de enige die dit als een uitstekende verbijfplaats hadden bestempeld. Nadat we de bungalow hadden bereikt in het donker ging vol verwachting het ligt aan. Eenmaal aan het licht gewend viel ons oog op het plafond waar iets bewoog. Dit bleken twee enorme spinnen te zijn waarvan er één zich blijkbaar nogal betrapt voelde en zich naar beneden stortte op het schone matras en vervolgens onder de hoofdkussens een veilig heenkomen zocht. Niet echt de plek waar je een spin wil hebben voor het slapen gaan.. De andere spin bleef vanaf de muur het geheel aanschouwen en terwijl Ruben met een flink glas de eerste spin onder het hoofdkussen verschalkte en buiten de deur zette vluchtte de andere spin een kier. Aangezien we een goede klamboe hadden, waar we onszelf 's nachts hermetisch in konden opsluiten konden beide partijen wel leven met deze regeling. Helaas was dit niet het einde want eenmaal gerustgesteld door het vertrek van de spinnen had Anne zich in de badkamer begeven. Hierop volgde gegil en de medeling dat het blijkbaar een familie spinnen was want mama en kind waren dan wel gevangen maar papa spin zat nog steeds vrolijk naast de WC. (zie foto). Het glas werd snel verruild voor de prullenbak aangezien deze spin hier nooit in had gepast en hiermee gewapend vertok Ruben de WC in met de prullenbak in de aanslag. Het leek wel een scene uit Arachnaphobia (FILM). De spin begon bij het naderen van de prullenbak als een idioot over de muur van de wc te rennen en het idee dat hij in paniek je been op raced is gewoon niet echt prettig.. Ze zijn op zich ongevaarlijk, maar goed dat maakt hem er helaas niet minder harig en snel op. Ze worden in Australie Huntsman (zie google) genoemd maar daar kwam je ze teminste niet tegen in de WC. Na enige pogingen verdween het gevaarte gelukkig in de vuilnisbak en daar is hij lekker de rest van de nacht gebleven. 'S ochtends hebben we hem veilig buiten de deur gezet, dan kon hij daar lekker de volgende toerist opwachten..
De volgende dag vertokken we verder op onze tocht richting Attapeu een klein stadje op de route waar we zouden slapen en wat de moeite waard zou zijn. Hier bleek helaas niks van waar aangezien er niet veel te beleven was en het niet meer was dan een geschikte slaapplaats. We hebben hier wel uitstekend geslapen, dit bleek achteraf maar goed ook....
Dedag daarnavertokken we voor het laatste stuk van de tocht weer richting Pakse. We wisten dat een stuk van deze weg niet geweldig was maar als we geweten hadden hoe slecht de weg zou worden hadden we het nooit gedaan. We hadden ook van meerdere mensen gehoord dat het wel te doen was, dus wij dachten dat komt wel goed...Al snel maakte het asfalt plaats voor modder en met de regen die de afgelopen dagen was gevallen was de weg veranderd in één grote modderpoel. Zelfs met een 4WD was het pittig geweest. Aangezien we geen idee hadden hoe lang het zou duren en we wel hadden gehoord dat het na een x aantal kilometers beter zou worden hielden we hoop en na een kilometer of tien was er ook geen weg meer terug aangezien de benzine in rap tempo op raakte door het onophoudelijke ploeteren door de modder. Het was echt afzien en we hebben regelmatig gedacht het niet te gaan halen maar gelukkig konden we met het laatste beetje benzine een dorpje bereiken waar een vrouwtje nog wat benzine had staan en waarmee alles er weer een stuk rooskleuriger uitzag. Het was achteraf gezien de moeilijkste situatie waar we tot nog toe mee te maken hebben gekregen en we waren dan ook totaal afgedraaid bij aankomst in ons hostel. We hebben echt het uiterste gevergd van ons arme scootertje en het is een wonder dat hij het heeft volgehouden. Hij zat van voor naar achter onder de modder en toen we hem lieten schoonmaken kwamen er kilo's modder vanaf. Zelfs de mensen van de wasstraat keken met verbazing naar ons en de scooter en vroegen zich waarschijnlijk af wat we in godsnaam hadden gedaan.
Nu zitten we inmiddels in Thakhek en morgen staat er weer een scootertocht op het programma. Nu maar hopen dat het deze keer wat makkelijker gaat allemaal. Heel veel erger kan het in ieder geval niet zijn, denken we.. Terwijl we dit schrijven kloppen we het gelijk even af.. De scootertocht gaat deze keer naar een 7 kilometer lange grot en een aantal mooie meren. Het plan is dat we hier 3 dagen over gaan doen en dat we ook een nachtje bij een familie thuis in een homestay gaan slapen. Hoe dat afloopt horen jullie de volgende keer.....
Dat zal dan waarschijnlijk ook gelijk onze laatste blog worden, want het einde van onze trip zit er nu toch echt aan te komen. Wij gaan nog even heel erg genieten en we hoorden dat het bij jullie heerlijk weer is, dus we hopen dat jullie nu dan ook eindelijk van een lekkere lente/zomer kunnen gaan genieten!
Liefs Anne en Ruben
Walvisvangst en visa angst
Hallo allemaal!
Het heeft weer even geduurd en ons laatste blog vanuit Sengigi in Lombok lijkt alweer een eeuwigheid geleden, bereid je dus ook maar voor op een lang verhaal want er is alweer zo veel gebeurd dat het moeilijk wordt om alles er in te krijgen.
Ik begin maar gewoon waar we de vorige keer gestopt zijn namelijk in Sengigi. Een badplaats in Lombok waar we wat goede verhalen over hadden gehoord en wat een goede plek was om voor de busrit naar flores nog even de inwendige batterij op te laden. Na een paar dagen in Sengigi was het terug naar Mataram vanwaar onze bus zou vertrekken. Vroeg op dus en snel naar de busterminal. De bus was voor Indonesische begrippen zeer redelijk. Iets wat je altijd moet afwachten helaas, want er rijden wat fossielen rond hier. Met de bus was het hup naar de haven en op de ferry richting Sumbawa. De overtocht was prachtig en terwijl de zon achter de bergen zakte vertrokken we. Verder zal ik niet te veel over de busreis vertellen behalve dat er een erg aardig (wederom) Duits stel met hun dochter met ons meereisde die we tot ver in Flores elke keer weer zouden tegenkomen. Na 32 uur in de bus en op de boot kwam het restant van wat ooit Ruben en Anne was de ferry uitgestrompeld in Labuhan Bajo, Flores. 32 uur met welke vorm van transport ook, is gewoon te lang. Gelukkig was LB geweldig. Goede accomodatie en een keur aan duik trips en reizen naar Komodo eiland. We kozen uiteindelijk voor het laatse aangezien duiken duur is en de Komodo trip snorkelen met mantaroggen in het pakket had (voor ruben de reden om daar te willen duiken). Zo gingen we de volgende dag met Kencana, een maatschappij waar we goede verhalen over hadden gehoord voor een twee daagse trip naar Komodo en Rinca island met onderweg nog een reeks aan snorkel locaties en prachtige stukjes natuur. We waren met z´n vijven op een boot waar gerust twaalf mensen op konden en het voelde bijna als een privétrip. Het overige gezelschap was uitstekend en de gesprekken kwamen al snel op gang. Zo kwamen we binnen een paar uur aan op Rinca, één van de twee grote eilanden waar de komodovaranen voorkomen. We hadden al gelezen dat de beste plek om ze te zien bij de keuken in het kamp was aangezien de lekkere luchtjes voor deze dieren blijkbaar onweerstaanbaar zijn. Ze beweren dat ze nooit wat te eten krijgen, maar daar hebben wij zo onze twijfels over.. Het was in ieder geval erg grappig om te zien hoe de vijf enorme beesten zich strategisch om het gebouwtje hadden gepositioneerd in de hoop op een gemakkelijke maaltijd. Na een berg foto´s begonnen we aan de trekking, hier lieten de komodovaranen helaas verstek gaan. Maar gelukkig was er vanalles te zien en te horen en met een uurtje waren we weer terug bij de boot. Op naar wederom een prachtige snorkel bestemming. We hebben inmiddels heel wat koraal gezien maar de koralen rondom Komodo waren echt fantastisch. Nog totaal onbeschadigd en een overvloed aan vissen en andere prachtige dieren.Tijdens de trip hebben we o.a haaien schildpadden, roggen en allerlei andere prachtig gekleurde vissen gezien. Je zou er weken kunnen doorbrengen en toch elke keer wat nieuws kunnen zien. Toen was het inmiddels tijd om een plekje in een baai op te zoeken om de nacht door te brengen. Matrasjes werden uitgerold lampjes aangestoken en terwijl we de baai invoeren lagen er tien vissersbootjes gezellig in een kringetje te vissen, dachten we...Eenmaal in de buurt gekomen kwam de daadwerkelijke reden van hun aanwezigheid boven water. Ze werden we door een mannteje of acht geënterd en lag binnen een minuut of vijf de gehele boot vol met houten komodovaranen en flessen Bintang (bier) Ook hier was het tourisme goed doorgedrongen en bij gebrek aan een markt kies je toch gewoon het ruime sop. Zo waren we binnen een mum van tijd 70.000 roepia armer en een biertje en twee komodovaranen (1 naturel en 1 in lak :) rijker.. Als de touristen niet naar de markt komen, dan komt de markt wel naar de toeristen. Die nacht heerlijk onder de sterren geslapen en de volgende ochtend vroeg op richting Komodoeiland voor wederom een trekking. Komodo was zeker indrukwekkender dan Rinca, teminste het stuk wat wij gezien hebben. Maar wederom was er op Komodo zelf behalve een hoop andere dieren en een geweldig uitzicht geen komodovaraan te bekennen. Wel zagen we vanaf de boot tot twee keer toe een enorme varaan over het strand sjokken op zoek naar een hapje maar blijkbaar wisten de komodovaranen inmiddels ook welke paden gebruikt worden en ze hadden een rustiger plekje opgezocht. Het voelde wel een beetje alsof je in Jurassic Park wandelde met smalle paden met overal dicht groen om je heen vanwaar op elk moment een komodo varaan uit zou kunnen springen. Maar helaas geen varaan voor ons. Gelukkig bleek ook hier de keuken van het kamp uikomst te bieden. Want eenmaal in het kamp bleek dat ongeveer alles wat je tijdens de trekking aan het zoeken bent zich gewoon bij de keuken heeft geparkeerd. Varanen, herten etc. Ergens wel grappig dat het zo werkt. Ze hebben een enorm scherpe neus en dit blijkt ook uit het feit dat je als ongestelde vrouw niet zomaar het eiland op mag aangezien ze dit vanaf 5 kilometer kunnen ruiken.
Zo kwamen we na twee dagen weer terug op Labuhan Bajo en was het tijd voor de volgende stop richting het oosten, namelijk Ruteng een klein stadje een paar uur van Labuhan Bajo vandaan. Ruteng was zelf niet erg bijzonder, op een mooie kerkceremonie na ivm pasen, waar wij als enige westerlingen de kerkdienst bijwoonden die wel erg lang duurde! Wel hadden we daar inmiddels een lokale jongen ontmoet genaamd Michael die de volgende dag onze gids zou zijn en ons zou meenemen naar zijn dorp. Ruteng staat bekend om zijn traditionele dorpen en hij zou er ons een aantal laten zien. Ook is er in dit gebied een ceremoniële vechtsport genaamd caci, waarbij je elkaar met een enorme zweep er flink van langs geeft. Zo gingen we de volgende dag samen met de brommer richting het dorp waar we een zeer warm onthaal kregen. We werden gelijk naar het huis van het dorpshoofd gedirigeerd en daar stond na een uitgebreide begroeting de koffie al klaar. Hier hebben we gezellig gepraat met de oudsten van het dorp. Het was een bijzondere ontmoeting. Hierna gingen we naar het huis van Michael waar het caci costuum al voor Ruben klaar lag. De hele familie was aanwezig en Ruben werd ten aanzien van een vol huis in het pak gehesen onder groot vermaak van iedereen. Buiten mocht hij nog even sparren met een toch wel erg oude tegenstander maar dit was meer voor de grap. Vooral de kinderen waren nogal onder de indruk van de 1.92 lange caci strijder en daar maakte Ruben dankbaar gebruik van en hij zette een paar keer de achtervolging in onder luid gegil en gelach van de kinderen.
Na Ruteng was het tijd om weer een stukje verder te trekken naar het oosten, namelijk naar Bajawa, een plaats in Flores die tevens bekend staat om de traditionele dorpjes die je in de buurt kan bekijken. Dat hebben we dan ook gedaan. Samen met een gids gingen we naar een afgelegen dorpje waarvoor we eerst een uur in de brandende zon een berg moesten beklimmen. Maar het was de moeite waard, want het dorpje was erg mooi met traditionele huizen en de mensen waren ontzettend lief. We werden warm welkom geheten met koffie, en een jongetje van 8 jaar begon mooie liedjes voor ons te spelen op zijn gitaar. Ontzettend gezellig. Op een gegeven moment zaten we met de hele familie van het jongetje op de veranda waaronder ook de overgrootopa van maar liefst 101 jaar oud. Nadat Ruben zijn ipod aan de jongetjes van het gezin had laten zien zaten die daar heel erg onder de indruk spelletjes op te spelen en kregen we ook nog een lunch van het gezin. Kortom een fatastische ervaring en het is zo mooi om te zien, dat ook al hebben deze mensen zoveel minder dan wij in Nederland hebben, ze toch alles met je willen delen. Na het dorpje gingen we op pad naar de hotsprings. Een plek waar water verwarmd door een vulkaan samen komt met koud water, waardoor je een heerlijke temperatuur krijgt om in te badderen. Ruben is de volgende dag om 4 uur 's ochtends ook nog een vulkaan gaan beklimmen, dat sloeg Anne even over. Na een heftige scootertocht de berg op, over paadjes die helemaal geen paadjes waren, maar daar had de gids geen problemen mee, werden ze beloond met een prachtige zonsopgang (zie de foto's).
Rond 7 's ochtends waren Ruben en de gids weer terug van hun tochtje en was het tijd om naar Moni op pad te gaan. Moni is een klein plaatsje van waaruit je naar Kelimutu kan gaan. Kelimutu is een vulkaan met drie meren die alledrie een andere kleur hebben. Dus hop de volgende ochtend (voor Ruben weer) om 4 uur op om de zonsopgang vanaf Kelimutu te bekijken. Allebei achterop een scooter de berg op en het laatste stuk klimmen. Het was prachtig, ondanks dat het lichtelijk bewolkt was was het uitzicht en de zonsopkomst toch goed te zien en we hebben er ontzettend van genoten.
Rond 9 uur waren we weer terug bij ons hostel en zijn we snel in de bus gestapt richting Wodong, een heerlijk rustig plaatsje aan de zee waar helemaal niets anders te doen is dan een beetje zwemmen, de plaatstelijke spelende kindjes te bewonderen, boeken lezen en relaxen en daar waren we ook wel aan toe na de racetocht die we de dagen daarvoor hadden gemaakt. Dus hebben we 3 dagen heerlijk niks gedaan en dat was eventjes heel fijn, want we moesten weer een beetje opladen voor onze volgende tour naar Lamalera.
Lamalera is een heel klein dorpje op een eilandje in het uiterste oosten van Flores. Dit is de laatste plek op de wereld waar ze nog aan traditionele walvisjacht doen. Dit houdt in met een zeilboot en een speer op pad om zo te proberen een walvis te vangen. We hadden voor onze reis al een BBC-documentaire over dit dorpje gezien en het leek ons wel heel speciaal om hier naartoe te gaan. Wel werd ons al verteld dat het niet de meest makkelijke plek is om te komen, je moet eerst met de boot naar een klein eilandje langs de oostkust van Flores en dan vier uur met een truck (ander vervoer gaat er niet) naar Lamalera. Dus wij gingen op avontuur naar Lamalera met de truck, een hele bijzondere ervaring, opgepropt met minstens 20 mensen en kinderen, zakken rijst, stoeptegels en allerhande andere dingen achterin de truck over hele slechte wegen en met natuurlijk zoals overal in Indonesië hele harde Indohouse uit de boxen knallend. Want bijna niks werkt helemaal goed in Indonesië, maar de boxen doen het altijd en overal. Maar het was afgezien van dat het niet de meest comfortabele trip was, wel een hele leuke ervaring. De sfeer in de truck was supergezellig en de mensen waren ontzettend aardig voor ons. Ondanks dat we geen woord met elkaar konden wisselen (zij spraken geen engels, wij geen Indonesisch) kwamen we met gebarentaal, samen sigaretjes roken en vooral veel lachen toch een heel eind.
Nou uiteindelijk na ook nog een lekke band te hebben gehad, natuurlijk zonder lekke band was de reis ook niet compleet geweest:), kwamen we aan in Lamalera. De volgende ochtend waren we erg vroeg wakker doordat ons hostel omsingelt leek te zijn door hanen en honden die rond een uurtje of half 6 's ochtends met zijn allen los gingen en doorslapen voor ons onmogelijk maakten. Maar geen probleem, want we wilden toch de zonsopgang op het strand bekijken. Eenmaal op het strand aangekomen vroeg een groep vissermannen aan ons of we een dag mee wilden op hun boot. Anne bedankte hartelijk, maar Ruben wou dit wel eens meemaken en zat vijf minuten later met zes walvisvaarders aan boord. Na nog geen tien minuten varen stak er ineens recht voor de boot op zo'n vijftig meter van ons vandaan een enorme potvis zijn kop boven water, duidelijk niet onder de indruk van de naderende boot speelde hij een beetje in het water en dobberde schijnbaar onbekommerd rond totdat we wat dichter bij kwamen en het vijftien meter lange gevaarte met een enorme duik de diepte in gleed, met als laatste de enorme staart. Mijn hart begon sneller te kloppen maar gelukkig gaf de kaptein aan dat er niet op potvissen door hem werd gejaagd. Aangezien we maar met 1 bootje waren en de walvis ongeveer twee keer tot drie keer zo groot als de boot is zouden we (gelukkig) geen walvis gaan vangen, dit is namelijk ook nog gevaarlijk ook aangezien er in het dorpof dorp genoeg mannen rondlopen die een arm of been missen. Het zou dus vooral een dolfijnen jacht worden met soms een manta of een haai. Verder dus, het was vooral veel speurwerk in het begin maar al snel werd de eerste enorme groep dolfijnen gespot. Met enorm bedoel ik dan echt honderden dieren overal om je heen. Dat het niet makkelijk zou worden om er een te vangen werd me al snel duidelijk aangezien de dolfijnen de regels van het spel goed kenden. De truc is niet zozeer er een te naderen en te vangen maar om na het duiken te kunnen inschatten waar de dolfijn weer omhoog komt om weer te ademen. Dat is het moment waarop in de verwarring het mogelijk is de harpoen doel te laten treffen. Zo stond de dag in het teken van spotten achtervolgen en af en toe een sprong van de boot om er één te vangen. Hoe de harpoenist het voor elkaar krijgt om met hoge snelheid op open zee een vier meter lange harpen in een dolfijn te krijgen terwijl hij van de boot springt is me nog steeds een raadsel. Deze mensen doen dit al honderden jaren met veel respect voor hun prooi. Zo geloven ze o.a dat het de dolfijn is die zich laat vangen en niet gevangen wordt.Hij doet dit alleen als alle rituelen kloppen en de vissers hun respect betuigen. Of de dolfijn er ook zo over denkt valt te betwijfelen.. Stiekem was ik pro dolfijn maar dit heb ik natuurlijk niet gezegd. Hoewel ik het ze ergens wel gunde om er een te vangen aangezien ze zo hun best deden. Maar goed blijkbaar bracht mijn aanwezigheid de dolfijnen meer geluk dan de vissers want we vingen niks. Het is een traditie die van vader op zoon overgaat en die met de kleinschaligheid ervan geen schade aanricht aan de populaties. Als de hele wereld zo met zijn natuurlijke bronnen zou omgaan zou de wereld er een stuk mooier uitzien. Nemen wat je nodig hebt zonder de natuur te beschadigen meer niet.
De dag erna was het wel raak en werden twee enorme dolfijnen (grienden) het strand op gesleept die de volgende ochtend vakkundig werden gefilleerd. Het was een bloederig tafereel maar het had ook wel weer veel weg van de efficientie van onze slachthuizen. Het verschil zat hem vooral in het dier wat geslacht werd. Herinneringen aan free willy en flipper schoten door mijn hoofd en 's avonds zat je toch een beetje met het gevoel getuige te zijn geweest van een bloederig ongeluk. Maar goed dat is een stukje westerse naïviteit, vlees groeit niet in gele bakjes met een prijsstickertje (soms een AH bonus sticker) aan bomen. Dit gebeurt bij ons achter gesloten deuren. Maar wat een ervaring je bent ineens onderdeel van een wereld die wel heel ver van ons bed is. Ik zie mezelf in Utrecht al de deur uitwandelen met mijn harpoen.. :)
Terwijl Ruben op de boot zat met de vissersmannen lag Anne rustig in de kamer een boekje te lezen toen er opeens hard 'Baleo Baleo' door het dorpje heen galmde. Genoeg reden om eens even buiten te gaan kijken wat er aan de hand was en er was een walvis gespot. Het hele drop rukte uit en alle boten lagen binnen een half uur in het water en alle vissersmannen gingen op jacht naar de walvis. Het is ze niet gelukt om hem te vangen, en dat is misschien maar goed ook, want het schijnt drie dagen een bloederige bedoeling te zijn op het strand als ze er één vangen en hem vervolgens in stukken gaan snijden en over de verschillende clans van het dorp verdelen. Ontzettend tof en indrukwekkend om mee te maken en te ervaren hoe ze daar leven. Het leven is nog zo puur en basic vergeleken met hoe wij in Nederland leven. Het leven gaat echt om het vervullen van de basisbehoeften en niks meer of minder. De sfeer die in Lamalera hing hebben wij als heel bijzonder ervaren. Er hing een ontzettende tevreden en vreedzame sfeer. Iedereen had zijn taken op de dag en iedereen was zo aardig voor elkaar en ook voor ons.
Na Lamalera hadden we nog maar een aantal dagen voordat ons visa in Indonesië weer eens verliep. Dus we moesten een keuze maken, Indonesië weer verlaten en dan weer terugkomen zodat we weer een nieuwe visa krijgen of Indonesië laten voor wat het is en doorgaan naar een ander land. Het was een lastige keuze want er was nog een hoop wat we heel graag in Indonesie wilden zien (waaronder Sulawesi, dat heel hoog op ons verlanglijstje stond). We besloten om met de de boot naar Kupang (West Timor, hoort nog bij Indonesië) te gaan en vanaf daar te kijken hoe makkelijk je naar Oost Timor (hoort niet meer bij Indonesië) kan gaan, om zo weer een nieuw visa te krijgen. In West Timor kwamen we erachter dat je eerst drie dagen daar moet blijven om toestemming te krijgen om naar Oost Timor te gaan en dat je dan nog hoogst waarschijnlijk 5 dagen in Oost Timor moet wachten om weer West Timor in te mogen. Nou dat was het ons niet waard, want naast de tijd zou het ons ook nog behoorlijk wat geld gaan kosten, dus we hebben het internet afgespeurd naar de goedkoopste/aantrekkelijkste manier om Indonesië te verlaten en dat was door naar Kuala Lumpur te vliegen. En dat kwam mooi uit want aan Kuala Lumpur waren we eerder tijdens onze reis toen we in Maleisië waren nog niet toegekomen. Voordat we naar Kuala Lumpur vlogen hadden we nog twee dagen in West Timor te besteden en we besloten het traditionele dorpje Nomé te bezoeken. Dit is een dorpje waar de bewoners in afgesloten huisjes wonen met alleen een deur van 1 meter er in. De Indonesische overheid heeft een tijd geleden besloten dat deze huizen een gevaar voor de volksgezondheid vormen, aangezien de mensen er alles in doen, ook koken e.d.. Ze hebben daarom stenen huisjes voor de mensen gebouwd, zodat ze daar in kunnen leven. Echter hebben de mensen daar helemaal geen interesse in en achter elk stenen gebouwtje staat weer gewoon een hutje met een klein deurtje. Dat is nu eenmaal de manier waarop zij daar leven. De gids waarmee we naar het dorpje gingen bleek een prins van een van de nabijgelegen dorpjes te zijn. En zijn vader de koning had in Nederland in Leiden gestudeerd. Erg leuk, en interessant om met deze man te praten. Hij wilde naast zijn 'prins zijn' ook wat terug doen voor de lokale bevolking. Aan het einde van onze rondleiding door het dorpje barstte er een hele harde regenbui los en moesten we schuilen in één van de huisjes, waar we via de gids (die vertaalde continu van Indonesisch naar Engels en andersom) met een aantal mannen uit het dorp hebben gepraat. Ruben met zijn achtergrond, vroeg zich af waarom ze geen varkens fokten. Varkens zijn namelijk ontzettend duur in Indonesië. In euro's omgerekend kost een klein varken hier bijna 100 euro, wat voor Indonesische begrippen ontzetten veel geld is. Ze gaven aan dat je om varkens te fokken eten nodig hebt en ze hebben niet genoeg hebben om en zichzelf en de varkens te voeden. Maar Ruben zag met zijn achtergrond in de dierhouderij wel wat mogelijkheden aangezien veel bruikbaar voer verloren gaat en dat met een beetje hulp van een landbouwschool of iets dergelijks wel het één en ander te verbeteren was. Zo ontstond een idee en de mannen waren dolenthousiast. Ze waren zelfs zo enthousiast dat we een houtgesneden beeldje cadeau kregen voor het idee. Ruben heeft zijn gegevens aan de prins gegeven, dus misschien komt daar nog wel eens wat moois uit.
De volgende dag was het tijd om Indonesie dan eindelijk te verlaten. Wat een fantastisch land is dat, en na drie maanden is er nog steeds zoveel dat we niet gezien hebben en wel heel graag willen zien. Nou ja dat moeten we dan maar bewaren voor volgende vakanties:)
Op naar Kuala Lumpur. En dat was echt weer even een kleine cultuurschok, want vooral de laatste weken in Flores gingen we natuurlijk steeds meer naar minder toeristische plekken en overal waar je kwam was je dan ook een atractie. De Hey misters/misses vlogen je tientallen malen per dag om je oren. Het was dus weer even wennen om op te gaan in de massa en te merken dat niemand het bijzonder vind dat je er bent. Ook bestond het ontbijt, de lunch en het avondeten voornamelijk uit rijst, rijst en nog meer rijst. Dus toen we een Mc Donalds zagen konden we ons niet inhouden en moesten we er echt even eten.
Kuala Lumpur was fantastisch. de enorme Petronas Towers, winkelcentra zo groot als we ze nog nooit gezien hadden, met 8 verdiepingen en achtbanen er in. Bizar gewoon, en wij hebben natuurlijk ook even een ritje gemaakt in de achtbaan. Het was gek in een paar dagen van arm naar zulke rijkdom te gaan. Na twee dagen onze ogen uitgekeken te hebben in Kuala Lumpur zijn we naar de Perhentian Islands vertrokken, oostelijk van Maleisië. Naar deze eilanden konden we aan het begin van onze reis niet gaan, omdat het toen regenseizoen was en tijdens het regenseizoen kan je er niet naartoe. Maar nu wel en daar zitten we dus nu en het is heerlijk. Zon, zee, strand en heerlijk genieten. We blijven hier drie nachtjes en trekken dan naar Cambodia via Thailand waar we nog even een pitstop op Koh Pha ngan maken omdat we hebben vernomen dat daar op 5 mei een fullmoonparty is die we wel graag mee willen maken.
Ohja en we komen 19 juni weer thuis. We hebben de reis met een maandje ingekort omdat ons dat budgettechnisch beter leek (het huis is er ook nog) en we dan nog een maand hebben om even alles op de rails te krijgen zonder dat we onze vaste lasten hoeven te betalen. Dat is ook wel fijn. Dus over ongeveer 6 weekjes zijn we alweer thuis:) En daar kijken we ook wel weer heel erg naar uit. Maar voor nu gaan we eerst nog eventjes ontzettend genieten van onze tijd hier!
Wij hopen wederom dat bij jullie ook alles goed gaat daar! We hopen dat jullie een fijne pasen hebben gehad en dat koninginnedag/nacht top was!
Liefs Anne & Ruben
Dansen, Duiken en Door naar het Oosten
Lieve allemaal,
Daar zijn we weer met een nieuw verhaal. Het mocht weer even duren, maar ja dan heb je ook wat...:)
Vorige keer waren we in Jakarta geëindigd, waar we aan het wachten waren tot Friso en Suzan ook in Jakarta zouden arriveren. Voor die tijd moesten we ook nog even ons visa verlengen, want je mag helaas bij binnenkomst maar een maand in Indonesië blijven, en dat is veel te kort om door dit prachtige en enorme land te reizen. Dus wij naar de ambassade in de veronderstelling dat het appeltje eitje (formuliertje invullen hier, kopietje maken daar) zou zijn. Dat was ons namelijk via de telefoon in Nederland door de ambassade verteld. Nou mooi niet dus, moeilijk, moeilijk, het zou drie dagen duren bla bla bla. Toen hebben we maar eieren voor ons geld gekozen, want we hadden geen zin in visagezeur in onze tijd met Friso en Suzan, en hebben we een visarun naar Singapore gedaan. Om drie uur 's middags vlogen we naar Singapore en om tien uur 's avonds waren we weer in Jakarta, met een nieuwe visa on arrival om weer een extra maand in Indonesië te mogen blijven. Verlengen van je visa on arrival mag één keer en daarna moet je echt het land uit, zo hadden we dus weer inclusief een nog noodzakelijke verlenging een maand later, nog twee maanden in Indonesie te gaan. We hoopten een maand later dan op een plek te zijn waar verlengen iets makkelijker zou gaan dan in Jakarta. Vlak nadat wij na onze visarun weer in ons hostel gearriveerd waren kwamen Friso en Suzan ook aan. Dat was een gezellige boel, met veel biertjes, sigaretjes en vooral lekker bijgekletst.
De volgende dag was het tijd om Jakarta te gaan verkennen, want dat hadden we eigenlijk een beetje uitgesteld tot Friso en Suzan er waren. We hadden vantevoren nogal wat slechte verhalen over Jakarta gehoord, maar als je de drukte en het vele verkeer voor lief neemt (dat hoort nou eenmaal bij een grote Indonesische stad) dan is Jakarta echt een prima stad. Wel is het jammer om te zien dat de mooie plekjes rondom het oude gedeelte (voorheen Batavia) vreselijk aan het vervallen zijn. Ze willen blijkbaar maar wat graag af van alles wat nog aan de oude koloniale tijd herinnert. Zo was nog wel te zien hoe mooi de oude haven ooit moet zijn geweest maar het verval had inmiddels de nodige slachtoffers gemaakt en de hele boel stond er maar slecht onderhouden en vervallen bij. Friso en Ruben hadden bedacht dat het wel leuk zou zijn om door een stukje achterbeurt te lopen maar bij het zien van de modderige straat en de algehele smerige indruk bedankten de dames (met slippers aan) voor deze eer. Zo trokken de heren vol goede moed de vieze straat in, steeds meer gadegeslagen door de totaal verbaasde bewoners van het straatje die het nogal merkwaardig vonden wat twee westerse mensen bij hun in de achtertuin te zoeken hadden. Badend door de blubber en gevolgd door een steeds groter wordende groep volwassenen en kinderen trotseerden ze de straat. Het voelde wat ongemakkelijk maar het enthousiasme van de bewoners en de kinderen hield de moed erin. Eenmaal halverwege was er ineens wat te zien. Een grote groep mensen stond in een kring ergens naar te kijken en overal rende gillende kinderen de kring in en uit. Natuurlijk nieuwschierig naar alle bedrijvigheid sloten we aan bij de kring mensen. In de kring zat een aap met een (namaak) machinegeweer achter de kinderen aan, die bij het naderen van de aap gillende wegrenden. Ze hadden het arme dier om het nog wat enger te maken maar een masker opgezet om het geheel nog wat enger te laten lijken (zie foto). Dit was natuurlijk al een bizarre setting, maar toen de aap vervolgens ook nog op zijn motor sprong om de kring door te racen wisten we echt niet meer wat we zagen. De kinderen gilden, de aap baalde en wij waren vooral heel erg verbaasd. Na een donatie van het publiek kreeg de aap eindelijk zijn welverdiende rust en hadden wij wel weer genoeg van de achterbuurten gezien. Uiteindelijk was het een bijzondere ervaring en waren de mensen zoals altijd heel erg vriendelijk tegen ons. Eerder zijn we ook nog naar een hele leuke antiekmarkt geweest, waar we een enorm houtsnijwerk hebben gekocht van 1,80 bij 80 cm. Marije als je denkt wat staat er nu opeens voor enorm pakket voor mijn deur, dat is ons houtsnijwerk:). Ook hebben we het nachtleven van Jakarta even bekeken, want dat moest volgens de verhalen nogal heftig zijn. Nou en dat was het. We waren in een club die van donderdag tot maandag non-stop doorgaat, wijzelf hebben alleen even een donderdagavondje dansen meegepakt. En je zou denken dat wij als Nederlanders toch wel wat gewend zijn op drugsgebied, maar in deze club hebben wij toch echt onze ogen uitgekeken. We zijn er nog steeds niet achter wat ze gebruikt hadden, maar naarmate de avond vorderde leken er steeds meer zombies door de club te lopen, die al schuddend met hun hoofd een plekje zo dicht mogelijk bij de boxen probeerde te bemachtigen. Het was een heel bizar gebeuren, maar we hebben er een topavond gehad!
De volgende ochtend gingen Ruben en Friso (Anne en Suzan lagen nog hun kater te verwerken) treinkaartjes halen om de volgende dag naar Yogjakarta te gaan. Dit was zo gebeurd en zo hadden we nog wat tijd te spenderen in de stad. We gingen naar Monas, ook wel Soekarno´s final erection genoemd. Dit was één van zijn laatste geldverslindende projecten. Niet vies van wat cultuur hadden we besloten het gevaarte eens nader te bekijken om hierna de op één na grootste moskee ter wereld te bekijken die vlak in de buurt lag. Onderweg werden we vergezeld door een lief oud Indondesisch mannetje die werkte bij de moskee en die ons wel mee naar binnen wou nemen (je voelde de scam al in de lucht hangen) maar goed niet gelijk veroordelen en toch maar mee, soms heb je ongelijk.. Deze keer helaas niet. Na een aardige rondtocht door de moskee en een hoop lol om de verplichte jurk die Friso aan moest ivm zijn korte broek werden we slinks de moskee uit gewerkt om uiteindelijk ergens ver achter de moskee tot zaken te komen. Het mannetje verwachtte wel een bijdrage voor zijn aanwezigheid en daar waren wij het ook wel mee eens. Het was interessant en we hadden ons al voorgenomen de beste man wat te geven op het eind, maar toen hij ons vertelde dat 20 dollar pp toch wel redelijk zou zijn voor een wandeling van een half uurtje, waren we er snel klaar mee. Het mannetje werd snel vervelender en wij lieten duidelijk merken niet mee te gaan in zijn praktijken en dat als hij zo veel zou willen hebben hij dit in ieder geval wel even had kunnen aangeven. Duidelijk was wel dat hij iets deed wat niet mocht want toen we aangaven het dan wel binnen te willen regelen met iemand van de moskee die we hadden gesproken en die ook Nederlands sprak, bond het kereltje aardig in. Jammer dat het soms zo moet gaan, gelukkig was dit de enige keer. We zijn flink pissig geworden en hebben uiteindelijk helemaal niks betaald en zijn gewoon weggelopen.
Voor zover Jakarta, hierna was het tijd om naar Yogjakarta te gaan.
De treinreis naar Yogjakarta was top, echt een prima manier om je door Indonesie te verplaatsen. Vele malen beter dan de bus in ieder geval. Yogya was erg gezellig. We hebben mooie plekjes gezien, lekker in de riksja gezeten en als hoogtepunt een bezoekje aan de Borobudur en nog een enorme tempel waarvan de naam ons even ontschoten is (Prembanan, we weten het weer). We hebben nog gekeken of we naar de Bromovulkaan konden maar dit was door het slechte weer lastig en waarschijnlijk ook niet de moeite geweest (wolken wolken en nog eens wolken). We hebben nog wel naar mogelijkheden gezocht maar het zat er gewoon niet in. We komen gelukkig nogal wat vulkanen tegen op onze reis. Hopelijk kunnen we er op Flores eentje beklimmen. Onze laatste stop op Java was Surabaya, maar dat loont niet echt de moeite om iets over te schrijven. Het was vies, druk en er was niet veel te beleven op de sampoerna fabriek na.
Dus op naar Bali. We begonnen in Lovina, want we hadden wel zin in even wat rust en vooral ook in wat zon, zee en strand, want dat was alweer een tijdje geleden. Nou voor de zon, zee en het strand hadden we eigenlijk niet persé naar Lovina hoeven te gaan, want de zon zat voornamelijk achter de wolken, de zee was troebel en het strand was ook niet echt mooi. Desondanks hebben we toch een dagje getracht lekker te zonnen, en ondanks de bewolking was iedereen toch flink verbrand. De volgende dag besloten we een scooter te huren en via de rijstvelden van Bali naar Ubud te rijden. De omgeving was prachtig en we hebben de hele ochtend heerlijk rondgereden over de bergen en door de prachtige rijstvelden tot het rond een uurtje of twee keihard ging regenen. We zaten gelukkig net ergens te lunchen dus we zaten droog, maar de regen hield maar niet op en toen moesten we eigenlijk een beetje een keuze maken. Of we namen de gok en gingen over de bergen weer terug naar Lovina, maar de wegen waren nu natuurlijk glad door de regen en de lucht was nog steeds grijs dus voor hetzelfde geld zou het even later weer keihard gaan regenen. Of we zouden door naar Ubud rijden en daar dan maar even een nachtje blijven slapen, om de volgende dag weer fris, fruitig en hopelijk droog terug te kunnen rijden. We hebben uiteindelijk maar voor de tweede veiligere optie gekozen. Even het hotel en de scooterverhuurder gebeld dat we een dagje later terugkwamen en op naar Ubud! Ubud was fantastsich, leuke winkeltjes, een gezellige sfeer, lekker eten en we hadden een prachtig plekje om te slapen. Die avond dus lekker gewinkeld, heerlijke gegeten en als prinsjes en prinsesjes geslapen in ons mooie huisje, waar 's ochtends als we wakker werden de thee en koffie op onze veranda stond te wachten. Maar ja, de volgende dag moesten we weer terug naar Lovina om de scooters terug te brengen en al onze spullen lagen daar nog in het hotel. Dus rond een uurtje of 1 wij weer op onze scootertjes terug naar Lovina. De terugreis verliep prima, tot het natuurlijk aan het einde van de middag weer ging stortregenen. We hoopten op een kort buitje, en gingen weer even ergens schuilen. Maar na 3 potjes Stufe 10 was de regen nog niet opgehouden. En ondanks dat het heel gezellig was in het restaurantje waar we waren gestrand (die mensen vonden het fantastisch dat er wat toeristen in hun tentje zaten (allerlei mensen uit het plaatsje kwamen even een kijkje nemen) wilden we eigenlijk toch wel voor het donker weer terug in Lovina zijn. Maar helaas onze gebeden werden mooi niet verhoord, dit was één van de langste regenbuien die we tot nu toe in Indonesië hadden meegmaakt. Het hoosde maar door, totdat het restaurant ging sluiten en we wel weg moesten. Het was ondertussen donker en regende nog steeds keihard. We baalden als een stekker. Friso en Ruben zagen het wat rooskleuriger in dan Suzan en Anne. Denk aan: pikkedonker, slechte verlichting langs de weg, gaten in de weg die je dus niet ziet, glad wegdek, enorme vrachtwagens die je als gekken inhalen, de weg die je in grote lijnen wel weet maar niet exact. Kortom behoorlijk gevaarlijk. Maar we hadden geen keus, dus Ruben is nog snel even wat poncho's gaan kopen ergens op de hoek van de straat en daar gingen we! Nou het was geen feestje, maar Friso en Ruben hebben supergoed gereden en uiteindelijk kwamen we drijfnat maar helemaal heel weer in Lovina aan. Tijd om even te douchen en lekker te eten en vooral ook lekker biertjes te drinken om weer even een beetje van de schrik te bekomen. Na een paar biertjes, had iedereen wel zin om een dansje te maken, dus hebben we ons in het lokale uitgaansleven van Lovina gestort, wat echt hardstikke leuk was. Omdat het natuurlijk laagseizoen is, was er geen toerist te bekennen in de discotheek, maar dat maakte het eigenlijk alleen nog maar leuker.Friso en Ruben hebben op de laatste dag in Lovina ook nog een wrakduik gemaakt. Suzan en Anne zijn toen alvast met zijn tweetjes naar Ubud gegaan om lekker te shoppen. De jongens gingen duiken bij de USS Liberty in Tulamben. Dit is een oud Amerikaans oorlogsschip dat tijdens de tweede wereldoorlog geraakt is door een torpedo en vlak voor de kust van Tulamben gezonken is. De duik was geweldig, en Friso en Ruben hebben veel lol gehad onder water. (zie de foto's). Na de duik zijn de jongens ook naar Ubud getrokken. Hier hebben we lekker veel gerelaxed, gewinkeld, en vooral veel massages genomen. We zijn wel tot de conclusie gekomen dat het er vantevoren bij vermelden dat ze niet te hardhandig te werk moeten gaan van groot belang is. Zo kwam Ruben na een Balinese massage met een blauwe rug thuis en heeft Anne ook liggen kronkelen van de pijn op de massagetafel.
Na Ubud zijn Friso en Suzan naar Kuta gegaan en wij zijn naar Balina Bay gegaan. Wij wilden nog heel graag naar Balina Bay, omdat Ruub daar 4 jaar geleden een hele tijd bij een homestay van een familie heeft gezeten en hij daar graag naar terug wilde en Anne ook wel benieuwd was naar dat plekje na alle verhalen. We hebben daar een hele fijne tijd gehad. We hebben met z'n allen pizza gebakken in hun eigen steenoven en zijn met ze naar het strand geweest. Echt even gezellig om op zo'n plekje te zijn tussendoor.
En toen was het tijd voor de Gili-eilanden. We hadden er even op moeten wachten, want het heeft flink gestormd terwijl wij in Balina Bay waren, waardoor de ferry's van Bali naar de Gili's niet gingen omdat de zee te gevaarlijk was. Maar na twee dagen wachten (het wachten op het gezellige plekje waar we zaten was zeker geen straf) konden we eindelijk gaan. We gingen naar gili Trawangang (er zijn drie eilanden, Gili meno, Gili air en Trawangang). Trawangang staat bekend als het meest toeristische eiland, en het was ook wel toeristisch maar helemaal niet op een vervelende manier. Gewoon gezellig met overal restaurantjes en kroegjes. Gili is fantastisch, het water is zo blauw en het strand zo wit, echt het paradijs! Dus lekker veel gezond, gezwommen, gesnorkeld en Anne heeft hier voor het eerst gedoken. Ik vond het doodeng, maar het was echt superleuk, en gelukkig had Friso een hele goede duikschool uitgekozen. Wel grappig namelijk, toen ik mijn eerste duik maakte, maakte Friso zijn honderdste, dus die heeft wel verstand van of iets een goede duikschool is of niet (zo kon ik al met een veel geruster hart aan mijn duikavontuur beginnen). Ik had een Nederlandse duikinsturcteur Dray, een supertoffe vent van een jaar of vijftig, die de hele dag met mij op pad is geweest. Dus eerst 's ochtends geoefend in het zwembad wat heel goed ging en toen was het 's middags tijd om het geleerde in de zee in de praktijk te gaan brengen. Toen we voor het eerst onder water gingen kreeg ik een lichte paniekaanval, omdat ik mijn oren niet kon klaren, maar toen is Dray weer heel rustig met me naar boven gegaan en zijn we daarna langzaam hand in hand weer naar beneden gegaan, en hij heeft net zolang mijn hand vastgehouden tot ik alleen durfde. Echt een fantastische vent! Het duiken was fantastisch, zoveel moois gezien, maar het meest indrukwekkende was wel een zeeschildpad, die naar ons toegezwommen kwam. En de honderdste duik van Friso en de eerste duik van Anne, dat moest natuurlijk gevierd worden, dus 's avonds zijn we lekker cocktails gaan drinken en gaan dansen. En toen was het alweer tijd om afscheid te nemen van Friso en Suzan. Hun reis was alweer voorbij en we gingen weer met zijn tweetjes verder. Wij zijn nog eventjes op Gili gebleven en toen zijn ook wij van dit paradijs vertrokken richting Mataram in Lombok. Want het was tijd voor de beruchte tweede visaverlenging. En hoe rottig het in Jakarta ging, zo soepel ging het in Mataram. Een mannetje in ons hotel wilde ons wel helpen en met ons meegaan naar het immigratiekantoor. In eerste instantie waren we een beetje achterdochtig, want onze ervaring leert, niemand doet hier iets voor niets. Maar hij heeft ons fantastisch geholpen, kopietjes gemaakt, uitgelegd wat we in moesten vullen, alles ingeleverd en ja hoor, 4 uur later konden we onze paspoorten inclusief de benodigde stempels weer ophalen. En hij hoefde er alleen een pakje sigaretten voor te hebben. Dat vonden wij te weinig, want het had hem tenslotte ook zijn vrije ochtend gekost, dus hebben we hem een klein centje gegeven. Verder zat ons hotel, bij een grote shopping mall waar we weer het nodige geld hebben uitgegeven aan slippertjes en tassen:) Kortom Mataram was niet bijster boeiend maar leuk genoeg om je er een dagje te kunnen vermaken.
De dag erna zijn we naar Kuta Lombok gegaan. En wat is het daar prachtig zeg. Prachtige stranden, rotsen, enorme cliffen die in de zee uitmonden en geweldige surfomstandigheden en vooral fijn niet te druk. Het is nu nog een plekje waar nog niet zo ontzettend veel toeristen komen, maar geef het tien jaar dan zou dit plekje wel eens de nieuwste hotspot in Indonesië kunnen worden. Ruub heeft zich hier aan een surflesje gewaagd en kan inmiddels staan op zijn bord en een golfje pakken. Het lijkt veel makkelijker dan dat het is. We hebben ook nog een dag een scootertje gehuurd en kwamen toevallig op een supermooi verlaten strandje terecht waar we een enorme heuvel (berg is denken we weer net een te groot woord) hebben beklommen en waarvandaan je een prachtig uitzicht over de zee had (zie foto's). Ruub wilde ook nog graag naar een klein vissersdorpje genaamd Awang. We hadden eigenlijk moeten weten dat toen de lokale bevolking zei dat we wel uit moesten kijken met de weg (dat zeggen ze hier niet snel, want ze zijn wel wat gewend qua slechte wegen), we dit dorpje beter niet hadden kunnen bezoeken. Maar goed de Lonely Planet zei er niks over dus wij vol goede moed op pad. Man man man, gaten, blubber, auto's die vastzaten, losse steentjes, stukken wegdek die aan het afbrokkelen waren, hele steile afdalingen, het was weer een avontuurtje, maar we hebben doorgezet en wederom door Ruben's goede rijkwaliteiten hebben we het heelhuids tot Awang gebracht en ach we hebben weer wat om te vertellen. Awang zelf was eigenlijk minder interessant dan de weg ernaartoe dus daar laten we het dan ook maar bij.
Als laatste stop in Lombok zijn we naar Sengigi gegaan. Een klein badplaatsje, met veel gezellige winkeltjes en restaurantjes. Hier zijn we nu en morgen vertrekken we vanuit Mataram naar Labuhan Bajo in Flores. Dit wordt weer een flinke bustocht van 13 uur, maar er is ons weer verteld dat het een fijne bus is, dus dat geloven we dan maar en hopelijk is het dit keer wel waar (terugdenkend aan de helse Bukkitingibusrit in Sumatra). We zullen het zien, dat horen jullie de volgende keer dan weer......spannend:)
Nou lieve mensen, dat was het dan weer voor nu. Wij hebben het hier in ieder geval heerlijk en genieten echt met volle teugen! Indonesië is echt een fantastisch land. Het is één land, maar elk eiland is toch weer anders en daardoor blijft de reis boeiend en heb je telkens nieuwe ervaringen met de mensen op die plek. Na Flores gaan we waarschijnlijk de wat minder toerischtische kant op van Indonesië. We zitten er sterk over na te denken om naar Oost en West Timor te gaan voor we naar Sulawesi gaan, omdat daar toch ook wel erg veel moois te zien is en we dan ons visa weer in Oost Timor kunnen verlengen zodat we meer tijd over hebben voor Sulawesi. We hoorden dat het in Flores ook al een stuk minder toeristisch is dan op de eilanden waar we tot nu toe geweest zijn, dus we gaan even kijken hoe dat ons bevalt en dan bepalen we de verdere reisplannen. Misschien snakken we na Flores wel weer naar een hamburger met friet, je weet het niet...
We hoorden dat jullie ook alweer een beetje zon hebben daar. Wat heerlijk! We hopen dat alles goed gaat daar en dat jullie maar een heerlijke lente mogen krijgen!
Tot snel!
Liefs An en Ruub
Achtervolgd en verdwaald, maar veilig naar Jakarta afgedaald!
Hallo allemaal,
Hier zijn we weer, nu al bijna een maand verder!
Er is alweer zo veel gebeurd dat het even goed nadenken was wat we allemaal hebben meegemaakt en wanneer. De tijd gaat zo snel, maar we zullen verder gaan waar we de vorige keer waren gestopt, namelijk Langkawi.
Na een week op Langkawi vol met zon, zee en strand was het tijd om afscheid te nemen van Justin en Simone. Na een gezellige tijd op Langkawi was het tijd om weer alleen verder te gaan want de rest van Sumatra wachtte. Vanaf Langkawi was het een nogal onprettige bootreis terug naar Penang,de airco stond op standje vrieskast (ze waren zeker bang dat de toeristen zouden bederven..)
De volgende dag was het op naar het vliegveld van Penang om vanaf daar te vertrekken naar Medan (Sumatra) waar we onze vrienden Dirk en Linda zouden treffen. Eenmaal geland zouden we eigenlijk alvast Medan ingaan om een hostel te zoeken, maar vanwege de beperkte communicatie mogelijkheden: geen telefoonnummer, internet of afgesproken adres leek het ons beter om maar gewoon op ze te wachten. 25 potjes pesten, 2 kaartenhuizen en 4 uur later was het dan zo ver en kwamen Dirk en Linda flink bijgekleurd de arrival terminal uit wandelen. Het was fijn om weer oude bekenden om ons heen te hebben na een maand van vooral nieuwe mensen en vrienden. Samen gelijk maar even een taxi geregeld en op naar het hostel. We waren benieuwd wat we zouden aantreffen in Medan want de meeste verhalen zijn simpelweg negatief en we waren dan ook benieuwd of het z´n reputatie eer aan zou doen. Nou dat deed het wel. Wat een verschrikkelijke stad. Alles wat je niet wilt in een stad heeft Medan. Vrijwel geen groen, lelijke gebouwen, te veel verkeer met nog meer onprettige mensen die je begrijpelijk vanwege het teruggelopen toerisme (visa van 3 naar 1 maanden) constant belagen en je behalve een poot ook nog best een vleugeltje willen uitdraaien. Nadat we hadden avondgegeten ergens in Medan, wandelden we weer terug naar ons hostel. Na een half uur wandelen en nog steeds geen hostel kwamen we zo langzamerhand tot de conclusie dat we ontzettend verdwaald waren. We hadden geen idee meer waar we vandaan kwamen of waar we heen moesten. Ook hadden we geen kaart bij ons (tenminste dat dachten we, eenmaal in het hostel bleek de Lonely planet gewoon in de rugzak te zittten) dus was het moeilijk om ons te oriënteren. Anne werd onderweg tot twee keer toe op haar kont getikt vanaf een voorbij rijdende scooter dus toen is Ruben maar langs de weg gaan lopen met Anne ernaast, maar helaas moesten ze Ruben niet, beetje jammer weer..Met alle aandacht voor de scooters was Ruben echter het overige straatbeeld uit het oog verloren en daarbij ook de erbarmelijke staat van het tegelwerk als je het zo mag noemen. Zo zag hij in het donker niet dat ze een stuk tegel hadden vervangen door een plaatje hout die misschien nog wel de gemiddelde indonesier kan ondersteunen met zijn 50 kilo, maar zijn westerse 93 kilo was helaas toch iets te veel. Zo stond hij voor hij het wist een verdieping lager in het riool. Gelukkig stond het droog, maar het ging er niet beter van ruiken helaas. De schade viel op wat schrammen na gelukkig mee, toen nog niet wetende dat de echte schade een paar weken later alsnog zou komen.. Iedereen aan wie we de weg vroegen zei dat we een andere kant op moesten, dus uiteindelijk besloten we maar met twee tuktuks terug te gaan naar ons hostel. Het was allemaal een beetje vaag en toen we door allerlei verlaten steegjes reden, kregen we het toch wel een beetje benauwd. Uiteindelijk werden we afgezet bij één of ander beveiligingsmannetje die trachtte ons nog wat meer geld af te troggelen. Uiteindelijk hebben we gewoon de afgesproken prijs betaald en zijn we er vandoor gegaan. Gelukkig was het nog maar een paar minuutjes lopen naar ons hostel, waar we een beetje kondje bekomen van de schrik en een lekker biertje hebben gedronken. Zo was ons eerste avontuur met Dirk en Linda een feit:)
De volgende dag was het snel wegwezen uit Medan. We hadden voor een mooie prijs een minivan geregeld die, na wat onduidelijkheid over geld vertrok richting Bukit Lawang. Dit is de plek in Sumatra waar je orang oetans in het wild kunt zien. Eenmaal aangekomen werden we getipt door een gids die we halverwege hadden opgepikt om naar Rainbow lodge te gaan (waar hij ook werkte natuurlijk), zo werkt dat in Indonesie. De kamers waren uitstekend en na een hapje en een drankje besloten we om de volgende dag een tweedaagse trekking te doen. Na de overnachting in de jungle zouden we dan met banden de rivier weer afzakken (tuben), om zo op tijd te zijn voor de bus naar onze volgende bestemming, het Toba meer. De volgende ochtend al het noodzakelijke gepakt en hup de jungle in. De tocht was zwaar, heel zwaar. Behalve de steile hellingen was het door de vele regenbuien die gevallen waren (regenseizoen:)) behoorlijk glad en onze gids was niet iemand van makkelijk doen en pakte een paar behoorlijk rottige paden met een hoog zweet in de naad gehalte! Na een paar uur lopen was het dan zo ver. Een andere gids informeerde ons over de aanwezigheid van een grote mannetjes orang oetang die niet ver bij ons vandaan zat. Vanwege het eventuele gevaar werden we behoedzaam dichterbij geloodst en na een half uurtje zagen we hem zitten. Niet veel hoger dan een meter of twee/drie op nog geen drie meter afstand. Heerlijk rustig op een tak zat hij heerlijk te relaxen terwijl hij af en toe een blaadje at. Er was een zekere interesse van de kant van de orang oetang en hij liet zich alle aandacht welgevallen. Wat een indrukwekkende dieren. Zijn arm moet zo dik zijn geweest als een bovenbeen en je voelde je toch wat ongemakkelijk in de aanwezigheid van zo´n groot en potentieel gevaarlijk dier. Na een paar geweldige poses te hebben gemaakt voor de camera, want fotogeniek was hij zeker, kwam het gevaarte in beweging waarop niet alleen de toeristen maar ook de guides een veilig heenkomen zochten. Vals alarm want het enige wat het beest ging doen was het zich nog gemakkelijker maken dan hij het al had door een nest te fabriceren van wat takken en bladeren, waarna hij alle aandacht wel mooi vond en iedereen zijn rug toekeerde.
Zo ging de tocht verder...
Niet veel later na nog veel meer zweten zagen we wederom vlakbij een moeder met jong heerlijk spelen in de bomen. Het jonge aapje had de grootste lol en zwaaide van tak tot tak en kwam zelfs af en toe naar beneden om met zijn arm uit te halen naar de toeristen onder hem. Als het te wild werd allemaal kwam moeders achter hem aan om hem tot de orde te roepen. Heel herkenbaar allemaal, misschien nog meer omdat mijn (Ruben's) moeder ongeveer dezelfde haarkleur heeft ;) Zo zagen we tot twee keer toe een moeder met jong waarna de tocht lange tijd verder ging zonder enig teken van orang oetangs en met nog meer zweet. Na enige tijd was het ineens foute boel. De groep voor ons was opgeschrikt door orang oetang Mina. Mina is DE agressiefste orang oetang van Bukit Lawang en is als jonge aap opgevoed door mensen die haar hebben mishandeld en waardoor ze een slechte nasmaak heeft aan haar contact met mensen. Mina was al twee maanden niet meer gespot en had besloten haar rentree met een klapper in te luiden door een tourist vanuit de bosje bij zijn schouder te grijpen om met enig geluk hem te ontdoen van zijn rugzak Het is eigenlijk heel simpel. Als je haar niets geeft om te eten gaat ze bijten. De teller staat inmiddels op 100 gebeten guides en meerdere guides vertelden dat ze gebeten waren door haar, sommige wel drie keer of meer. Gelukkig waren er bananen in overvloed en was het grappige dat de corruptie van Indonesie (meest corrupte land ter wereld volgens officiele cijfers) zelfs is doorgedrongen tot de apen die er wonen. Zo konden we vrijwel ongemerkt langs haar lopen, maar toen was het banaantje op... In principe willen de gidsen geen voer geven om voor de hand liggende redenen maar soms is het helaas noodzaak. Dit was zo'n noodzaak... Mina zette vol goede moed de achtervolging in en zo ging er een horde westerse toeristen gevolgd door een gids en mijzelf de berg op. Het ging allemaal niet vreselijk hard maar als je versneld een berg op moet lopen in die hitte is alles al vrij snel te hard en de angst zat er flink in. Hoe hard kunnen die dingen eigenlijk.. Ruben kon ondertussen nog wat foto's maken van een achtervolgende Mina met een hoog King Kong gehalte.Gelukkig nam de gids de achterste plek van Ruben over om haar met wat bananen op haar plek te houden zodat de meute toeristen zich een veilig heenkomen kon verschaffen. Terwijl Ruben en Dirk het maar al te interessant vonden, en redelijk achteraan de meute bleven lopen, deden Linda en Anne het tegenovergestelde. Die renden vooraan de groep voor hun leven de berg op, terwijl ze de uren daarvoor (vooral Anne) nogal veel liepen te klagen over hoe zwaar het was. Als je leven in 'gevaar' is ben je opeens tot meer in staat dan je denkt. We hebben later nog wel om moeten lachen hoe we als gekken superbang die berg op renden. Uiteindelijk toen haar maag weer goed gevuld was liet Mina ons gelukkig met rust en na een voor Anne helse (het huilen stond haar een aantal keer nader dan het lachen) doch voor Ruben avontuurlijke (hij had de tijd van zijn leven) tocht van 8 uur trekken door de jungle kwamen we na een hele stijle en gladde afdaling eindelijk bij het kamp aan, waar we konden zwemmen, eten en uitrusten. Het slapen in de jungle was niet echt comfortabel, maar wel erg gezellig en superleuk om een keer meegemaakt te hebben. Na allemaal enig sinds gaar wakker te zijn geworden, en een snel ontbijtje naar binnen gewerkt te hebben, vertrokken we om 7 uur 's ochtends met de tubes langs de rivier naar beneden terug naar ons hostel.
Op naar het Toba meer. Na 7 uur rijden en een tochtje met de ferry kwamen we aan bij ons hotel. En dat hotel was fantastisch! We sliepen in Samosir Cottages. Een prachtig resort aan het meer gelegen waar we voor 120.000 IR (10 euro per nacht) een geweldige kamer hadden met een enorm balkon dat uitkeek op het prachtige Tobameer. Hier hebben we 5 dagen heerlijk vertroefd; lekker gezwommen, gegeten, genoten en uitgerust, want daar waren we wel aan toe na ons Medanavontuur en de trekking door de jungle. We hebben nog een dag een scootertje gehuurd en een beetje door de omgeving getoerd en gezwommen in de hotsprings, maar verder hebben we eigenlijk niet zo bijster veel uitgespookt, behalve gezellig met Dirk en Linda samen spelletjes gedaan en gekletst en genoten!
Toen was helaas onze tijd met Dirk en Linda alweer voorbij. Zij vetrokken naar Nederland terug en wij gingen door naar Bukitingi. Om in Bukitingi te komen moesten we eerst 18 uur met de bus en dat was 'fees't. Ze hadden ons verteld dat we met een executive/air-con bus zouden reizen en dat dat heel goed te doen was. Nou beiden waren afwezig en de bus was een hel! Geen airco, geen vering, huilende baby's, een chauffeur die 3 boxen in de bus had ingebouwd en hield van Indonesische stamphouse. We zaten achterin de bus, bij de wc, zodat we de hele reis konden genieten van een pislucht. Schroef een paar houten wielen onder een dixietoilet, gooi er een paar huilende baby's en een ghettoblaster in en je komt aardig in de buurt. Wonder boven wonder hebben we allebei nog 6 uur kunnen slapen in de bus en kwamen we nog enigzins uitgerust aan in Bukitingi. En dat was maar goed ook.....
Vooral voor Ruben, want die had een celebrity-status verworven in Bukitingi. Je kan denken dat meisjes met hoofddoekjes heel braaf, kuis en verlegen zijn, maar het tegendeel is waar! Je zou verwachten dat ze inmiddels wel toeristen gewend zijn, maar dat valt tegen. Behalve dat Ruben met iedereen op de foto mocht is het mooiste voorbeeld toen hij een adapter ging kopen zonder Anne. Het is levensgevaarlijk voor westerse jongens zo alleen op straat:) De adapter van de laptop had het begeven, en we moesten dus een nieuwe hebben. Eenmaal in de winkel aangekomen stonden er vijf giechelende meisjes Ruben aan te staren. Na drie woorden engels waren er al drie weggerend, die snel het enige meisje in de winkel gingen halen die wel engels sprak. Na zijn verhaal te hebben gedaan, werd de hele winkel gemobiliseerd om de adapter te regelen. Toen begon het; waar zijn vriendin wel niet was (eerder waren we al samen in de winkel geweest namelijk), waar hij vandaan kwam, wat hij daar deed en of hij facebook, twitter, email, telefoonnummers, een adres etcetera had. Het engelse meisje sprak in haar beste engels; 'My collegues really really like you, do you want to be our friend'. Ruben vluchtte snel naar buiten om een sigaretje te roken in afwachting van de adapter. Toen hij terugkwam, was zijn laptop totaal afgestofd, gereinigd en schoongeboend, want een vieze laptop was volgens de meisjes onacceptabel. Dit gebeurde natuurlijk in ruil voor Ruben's facebooknaam. Op de terugweg kreeg hij nog twee keer de opmerking van ; random meisjes; 'My girlfriend wants to tell you her name is....'. En na nog wat gejoel van een homo arriveerde hij gelukkig weer veilig bij het hotel. Kortom westerse jongens wees op uw hoede in Bukitingi. Verder zijn we daar ook nog naar de grootste bloem van de wereld geweest, namelijk de Raflessia Arnoldi. Een enorme bloem, die we na een korte trek door de jungle mochten bewonderen. De bloem stonk een klein beetje naar rottend vlees, zoals vaak verteld wordt, maar het viel erg mee. De verhalen zijn sterk overdreven. Nadat we terugkwamen van de bloem, wilden we wat gaan eten in de stad. Op de weg naar het restaurant werden we aangesproken door een jongen, of hij even zijn engels met ons mocht oefenen. Hij studeerde in een nabijgelegen dorpje, maar omdat daar maar zo weinig mensen waren om zijn engels mee te oefenen, vroeg hij het aan toeristen. Na een kort engels gesprekje vroeg hij of we misschien mee wilden naar zijn dorp om daar zijn engelse leraar te helpen met les geven. Dit leek ons eigenlijk wel een interessant idee en na ook de engelse leraar gesproken te hebben, spraken we af dat de leraar ons de volgende dag om twee uur bij ons hotel zou oppikken om ons mee naar het dorpje (Bayakumbuh) te nemen. De volgende dag zaten wij bepakt en bezakt klaar om te gaan, maar helaas geen leraar om ons op te pikken. Misschien dat hij vertraagd was of dat het verkeer vast stond, maar na een half uur gewacht te hebben zijn we toch maar richting de busterminal gegaan om onze reis voort te zetten naar Padang.
Padang, ook weer een verhaal apart. De minivan die we vanaf Bukitingi hadden genomen zetten ons af in de wijk waar we moesten zijn, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Het hostel wat we zochten was onvindbaar en naarmate het donkerder werd, werd het alleen maar moeilijker om het te vinden. Iedereen wees weer andere kanten op en na een half uur lopen met een zware backpack op je rug heb je het ook wel weer gehad. Het toppunt was dat er een oude man langs de kant van de weg stond die zei dat hij wel een kamer voor ons had zonder airco voor 15 euro p.p. (dat is veel voor Indonesische begrippen) Toen besloten we dat we maar even wat moesten gaan drinken en even goed nadenken of dit wel de plek was waar we wilden blijven. Anne had het al helemaal gehad, en wist niet meer zo goed wat nu, maar Ruben had de hoop nog niet opgegeven, en begon wat nummers uit de lonely planet te bellen. Er bleek een stukje buiten de stad een leuk hostel direct aan de zee te zitten. Nadat een andere gast van het restaurant een taxi voor ons had gebeld, konden we daar naartoe vertrekken.
Daar hebben we twee nachten geslapen en een ontzettend leuk Duits ouder stel ontmoet. Zij hadden een tour naar een nabijgelegen eiland Pagang geboekt. Wij hadden ook al gekeken of we die tour wilden doen, maar vonden het te duur. Ze boden aan dat omdat de boot voor hun toch al moest varen, we konden vragen of we dan gratis mee mochten en alleen het verblijf op het eiland mochten betalen. Na wat onderhandeld te hebben kregen we omdat we nu met z'n vieren de tour naar het eiland gingen doen allemaal korting. Op Pagang hebben we een heerlijke tijd gehad met Doris en Ullie (zo heetten ze). Lekker gesnorkeld, gekletst, en heel veel potjes Stufe 10 gespeeld. Dit is een duits fantatstisch spel! Wel was het jammer om te zien hoe erg het koraal inmiddels was beschadigd op sommige plekken. Vooral doordat veel onwetende toeristen er gewoon vrolijk overheen lopen en de lokale vissers er hun ankers op loslaten. Gelukkig was er nog genoeg over en was er vanalles te zien waaronder grote zeeschildpadden die op een gegeven moment zelfs naar je toe kwamen om even te checken of je niet ook een schildpad was of wat lekkers om te eten. Eenmaal doordrongen van het feit dat dit niet het geval was zwommen ze weer weg. Hopelijk zal in de toekomst de boel beter geregeld worden maar dit gebeurt meestal helaas te laat. We hebben hier nog een goed gesprek over gehad met een lokale operator. Misschien dat we een lampje hebben doen branden, want ze zien zelf het probleem wel maar weten niet zo goed wat ze er mee moeten.
We gingen met de boot weer terug van Pagang naar Padang waar we nog 1 nachtje zouden blijven. Eenmaal bij het strand aangekomen bleek onze kapitein toch wat onervaren. Nadat hij in het water was gesprongen om de boot de kant op te trekken bleek de branding te heftig en de boot begon weer terug de zee op te gaan terwijl de golven er tegenaan beukten. Niet te beroerd om te helpen en ook wat bezorgd dat de boot zou omslaan dook Ruben ook maar het water in om de jongen te helpen. Dit bleek een goed plan want de boot werd gestabiliseerd door het extra gewicht en samen kregen ze hem richting de kant, ze konden inmiddels al niet meer staan zo diep was het. Helaas zat er waarschijnlijk een spijker of iets anders scherps aan de onderkant van de boot want tijdens het zwemmen haalde ruben zijn voet er langs en liep hij een diepe snee in zijn grote teen op waar het bloed flink uitstroomde. Bij het hostel zelf hadden ze geen verband, dus onze lieve Ullie sprong op een scooter van iemand en vertrok op pad om verband en ontsmettingsmiddel voor Ruben te halen. Het halve dorp bemoeide zich er inmiddels mee en gelukkig was er een toerist die nog drukverband ergens onder uit een backpack kon toveren. Na de voet verbonden te hebben, en de spullen in het hostel gedropt te hebben, wilden we Ullie en Doris trakteren op een etentje voor al hun lieve hulp. Uiteindelijk hebben zij betaald, want er was geen speld tussen te krijgen en ze moesten en zouden betalen. Als klap op de vuurpijl kregen we ook nog Stufe 10 mee om te spelen, dus nu kunnen jullie ook bij ons genieten van dit toffe spel als we terug zijn:) Ullie en Doris zouden de volgende dag richting Duistland vertrekken en we konden ook nog met ze meerijden naar het vliegveld op hun kosten, wat een geweldige mensen!
Gisteren zijn we in Jakarta aangekomen, en na vijf dagen geen normale douche gehad te hebben, hebben we onszelf getrakteerd op een nachtje in luxe, wat heerlijk was! Vandaag vertrekken we weer naar een wat goedkoper plekje en woensdagavond komen Friso en Suzan in Jakarta aan om een maand met ons mee te reizen. Daar hebben we super veel zin in!
Dat waren weer onze avonturen van de afgelopen tijd. We hopen dat het met jullie allemaal ook goed gaat!
Heel veel liefs van ons!
Van Singapore tot Langkawi
Hallo allemaal,
Hierbij dan eindelijk ons eerste verhaal, de foto´s staan er alweer een tijdje op,maar helaas hadden we nog geen tijd gehad om een volledig verhaal te posten.
Bij deze alsnog ons reisverslag van de eerste 2,5 week van onze reis.Daar stonden we dan in Singapore, na een lange maar relaxte vliegreis. De vlucht duurde 12 uur, maar was eigenlijk zo voorbij. Goede maatschappij die Singapore Airlines, het heeft ons aan niets ontbroken. Met de MRT (metro) vertrokken we richting ons hostel. Het was natuurlijk even zoeken maar alles was goed aangegeven en we hadden het dan ook zo gevonden. Het hostel was klein maar fijn in een buitenwijk van Singapore niet ver van een metrostation om al onze uitstapjes vanaf te kunnen doen. Eenmaal aangekomen waren we toch wel wat uitgeput van al het gestress voorafgaand aan de reis en de lange vlucht. We zijn dan ook vrijwel direct in slaap gevallen. Om vervolgens 's avonds om half zeven weer wakker te worden. De volgende morgen zijn we vroeg op pad gegaan. We hadden niet zo veel tijd in Singapore ingepland en we wilden toch wel wat van de stad zien. Onze eerste stop was Orchard Road, de luxe winkelstraat van Singapore, hier vind je alles wat luxe is en dus ook alles wat boven ons budget ligt. Leuk om te kijken maar niet om te kopen. Op dus naar Little India wat een klein beetje tegenviel. Wel veel leuke hostels,maar verder niet al te veel te doen behalve een drankje drinken, wat ontbijten en rondkijken in de in onze ogen toch wel veel te toeristische winkeltjes. Het heeft duidelijk wat charme ingeleverd en van een authentiek Indiaas wijkje was niet echt meer te spreken. Tijd om verder te gaan dus. We besloten om de metro even te laten voor wat het was en verder te wandelen naar het rijkere gedeelte van Singapore. We hadden namelijk op internet gelezen dat daar een zwembad op het dak van een hotel was op 250 meter hoogte. Daar wilde wij wel even een duikje nemen. Helaas kwamen we er daar eenmaal aangekomen achter dat alleen hotelgasten in het zwembad mochten zwemmen. We hebben nog even gekeken wat het dan zou kosten om daar voor één dagje hotelgast te zijn, maar 500 dollar ex tax lag toch echt een beetje boven ons budget. Na een heerlijk koud flesje water ´gestolen´ te hebben van het hotel zijn we er maar snel weer vandoor gegaan. Het gebied waar het hotel lag was wel echt prachtig. Er waren enorm indrukwekkende gebouwen en een ongelofelijk groot winkelcentrum. Toen we even wat gingen eten, was daar onze eerste moesson. Jeetje wat ging dat tekeer zeg, maar gelukkig zaten wij lekker droog. 10 potjes pesten later was de regen op gehouden en zijn we richting Chinatown getrokkken. Even kijken of de Chinezen het beter voor elkaar hadden dan de Indiërs en dit was zeker het geval. Eenmaal het metrostation uit werden we opgeslokt in de drukte van Chinatown. Fel rood gekleurd vanwege het nieuwjaar dat eraan zat te komen was alles en iedereen in feeststemming. Je kon echt merken dat er iets te gebeuren stond. Winkeltjes vol met slingers en allerlei andere dingetjes, die ingezet worden voor de viering van het Chinees Nieuwjaar. We hebben hier heerlijk gegeten en gelijk een leuk contact gehad met een Chinese familie die het maar wat gezellig en interessant vonden dat er een stel westerlingen naast ze zaten. Taalbarrieres werden overboord gegooid en ook al werd er niet veel gezegd, de intentie van beide kanten was goed. Het is leuk om te zien dat je soms een bijzonder contact kan hebben zonder al te veel te hoeven zeggen. Aangezien we in één dag al een aanzienlijk gedeelte van Singapore gezien hadden en Singapore al een boorlijke hap had genomen uit ons budget, leek het ons een goed idee om zo snel mogelijk de bus naar Malakka (Maleisië) te pakken. De volgende dag zijn we dus even gaan kijken wanneer we de eerste bus konden nemen. Helaas was alles volgeboekt vanwege het Chinees Nieuwjaar en konden we de komende twee dagen Singapore niet verlaten. Dus besloten we van de nood maar een deugd te maken en Chinees Nieuwjaar in Singapore te gaan vieren. Volgens een taxichauffeur waar we bij in de auto zaten, moest het met nieuwjaar één groot feest zijn in Chinatown. Dus op oudjaarsdag zijn wij lekker vroeg in de avond richting Chinatown vertrokken. De metro's richting Chinatown waren stampvol, de straten waren afgezet en hele meutes mensen waren aanwezig voor het grote feest dat komen zou. Maar dat kwam maar niet en dat kwam maar niet. Er gebeurde afgezien van wat geklets en gedoe op een klein podiumpje vrij weinig. Dus na heel lang wachten en nadat we zagen dat steeds meer mensen afdropen zijn we er ook maar vandoor gegaan. Of het feest ooit nog losgebroken is zullen we nooit weten. Misschien was het ook meer een sociaal ding voor de Chinesen dan wat anders. Lekker net zoals met kerst eten met z'n allen en het nieuwe jaar inluiden.
Bijtijds lagen we dus in onze bedjes, en dat was misschien maar goed ook, want de volgende ochtend vertrokken we vroeg met de bus naar Malakka. Na een heerlijk ritje in een superfijne bus, kwamen we aan. We hadden alvast voor de eerste nacht een kamer geboekt en rekenig houdend met ons budget was dit een uitstekende keus, slechts een paar eurotjes per nacht en nog in het centrum ook. Eenmaal aangekomen bleek het wel in erg slechte staat te verkeren. Eerst een stalen trap op het vervallen gebouw in om daar in een nogal donkere ruimte (alles was geblindeerd) een kereltje achter een bureau aan te treffen die daar de boel blijkbaar beheerde.Het kwam allemaal nogal armoedig over. Reserveringen gingen per sms en ook een inrichting ontbrak. Her en der een verrotte stoel of bank en met z'n allen 1 wc/douche delen die ook nog eens erg vies was. De kamer was niet meer dan een bed, een oud bed met muren en los behang maar gelukkig wel met een schoon laken. Het geheel deed ons een beetje aan een drugsgebruikerspand denken, met de beheerder als hoofd drugsgebruiker. Een erg aardige jongen maar hij is in de twee dagen dat we daar zaten niet één keer van z'n plek gekomen. Maar goed het was goedkoop en voor de rest veilig. Dus wij snel de tassen gedropt en zo snel mogelijk weer naar buiten. Na alle hostels die we gezien hebben moest dit wel de ergste tot nu toe zijn geweest. maar goed het bed was best o.k en we hebben wel eens slechter geslapen. Malakka was erg leuk. Veel te zien en te doen. Zeker als Nederlander want de Nederlandse aanwezigheid was nog allom aanwezig, zowel in de gebouwen als in de benaming van veel dingen zoals het stadhuys en fort middelburg. Malakka is namelijk vroeger een nederzetting van Nederland geweest, Rubens koloniale hart ging van dit alles sneller kloppen en hij kon het niet laten om, al was het maar voor even fort middelburg terug te veroveren in Nederlandse handen. Overal reden er felgekleurde en verlichte trishaws rond (fietstaxis). Sommige trishaws hadden boxen achterop waar knetterharde muziek uitkwam. Toen we een mooie gouwe ouwe van 2 unlimited uit één van de trishaws hoorde komen, waande we ons echt even in Nederland. Fijn om te weten dat 2 unlimited in Malakka nog wel hardstikke hip is:) Verder waren er veel lekkere eettentjes en een keur aan leuke winkeltjes. Veel museums over de koloniale tijd en zowaar een molen maakten het geheel af. Een leuke stop tijdens onze begindagen in Maleisie.
Na twee steden, werd het tijd om naar de jungle te trekken. Ruben had nog helemaal geen beesten en insecten gezien en dat kan natuurlijk niet:) dus op naar Taman Negara. Taman Negara is het grootste nationaal park van Maleisie en tegelijkertijd het oudste regenwoud ter wereld. Teminste dat wordt beweerd. Onze minibus Stopte in Kuala Temberling een klein plaatsje wat dienst doet als vertrekpunt van de longboats naar het park. Ze brengen je naar de plek om het park in te gaan Kuala Tahan. Een klein plaatsje midden in de jungle van waaruit je het park in kan gaan. Het is niet meer dan een aantal hostels,restaurants en winkeltjes. Wij hadden er voor gekozen om nog verder het park in te gaan en hadden een bungalowtje gereservuurd in het Nusa Holliday Village, een kleine 15 minuten per boot vanaf Kuala Tahan. Het was een prachtig plekje met overal groen en een woeste rivier met aan de overkant het oerwoud als uitzicht. Eenmaal over de hangbrug heen (die echt aan vervanging toe was) hebben we onze spullen uitgepakt en de omgeving verkend. Aangezien we nog niks georganiseerd hadden had Ruben bedacht zelf een korte Jungle walk te organiseren. Anne bedankte voor deze trekking:) en zo ging ik in mijn eentje. S'nachts kwam de hele boel flink tot leven. Geluiden van dieren waar ik de naam niet eens van weet en met mijn zaklamp was er een hoop te zien. Vooral erg veel insecten in allerlei vormen en maten (zie foto's). De volgende dag zijn we met de boot naar de canopy walk geweest. Dit is een 500 meter lange hangbrug op 45 meter hoogte. Voor ons beiden een uitdaging want het geheel wiebelde aardig maar wat een uitzicht! Eenmaal van de brug af nog eventjes een stukje door het bos gewandeld en vervolgens terug naar ons huisje. We zijn hier uiteindelijk twee nachten gebleven waarna we de bus hebben genomen naar de Cameron Highlands.
De Cameron highlands is een berggebied met veel theevelden. Het was er heerlijk koel in vergelijking met de jungle. In de Cameron Higlands sliepen we in een heel leuk hostel waar ook meerdere Nederlandse mensen sliepen, dus dat was een gezellige boel. Lekker met z'n allen biertjes drinken en kaarten. In de Cameron Highlands waren sowiezo belachelijk veel Nederlanders. Overal om je heen hoorde en zag je ze. Of dat nou iets is waar je naar op zoek bent in Maleisië kun je je afvragen, maar het was in ieder geval wel heel gezellig. We hebben daar een trekking gedaan door de Mossy Forrest. Dit is een gebied in het oerwoud wat erg doet denken aan de Lord of the Ringsbossen. Het was erg mooi en het allerfijnste was nog dat het er zo heerlijk koel was.
Zo waren er alweer bijna 2 weken voorbij en we wilden ons Maleisië avontuur graag afsluiten met een weekje relaxen op het strand.Op naar Langkawi dus aan de westkust, de trip ging snel en bracht ons eerst naar Penang Georgetown. Waar we 1 nachtje zijn gebleven om ons voor te bereiden op de trip naar Langkawi. Georgetown was druk, maar prima om eventjes lekker te eten en bij te komen van de reis. Samen met een ander Nederlands stel Justin en Simone met wie we vanaf de Highlands naar Penang zijn gekomen zijn we vervolgens met de boot richting Langkawi gegaan. Hier zitten we nu heerlijk in een hutje aan het strand, het weer is heerlijk, het gezelschap uitstekend en het water warm, wat wil je nog meer! Gisteren hebben we lekker aan het strand gelegen en hebben we een ritje/racetochtje op de jetski gemaakt. Nu is het onze tweede dag hier en vanmorgen hebben we lekker ontbeten en vonden we dat we nu toch echt wel een verhaaltje moesten posten! Dus bij deze:)
9 februari gaan we terug naar Penang, waarvandaan we de 10e naar Medan (Indonesië) zullen vliegen. In Medan zien we dan Dirk en Linda (vrienden) waar we 5 dagen mee zullen vertoeven.
Kortom wij vermaken ons uitermate goed en hebben heel veel zin in alles wat nog komen gaat.
Hoe is het bij jullie? -20 lazen wij vanmorgen in de krant?!!!! Vertel ons ook een beetje over jullie (sneeuw) avonturen!
Lieve mensen, veel liefs van ons!